Critical Art Ensemble
DE TECHNOLOGIE VAN NUTTELOOSHEID


I am useless,
but God loves me.
(Mike Kelley)
De verwachting dat technologie eens alleen maar zuiver nuttig zal zijn, komt in het collectieve denken over de ontwikkeling van de maatschappij regelmatig bovendrijven. Deze verwachting heeft twee verschillende toekomstscenario's voortgebracht, een utopische en een dystopische.
De moderne denkers voorspelden, gedreven door het vooruitgangsgeloof, het utopisch millennium. Dit concept verving in de loop van de 17e en 18e eeuw langzaam het geloof in de voorzienigheid. Hoewel beide zich kenmerken door een geloof in een rechtlijnige ontwikkeling van de mensheid, verwachtte men van de voorzienigheid dat ze tot spirituele autonomie zou leiden, van de vooruitgang wordt economische autonomie verwacht. In het begin van de moderniteit, toen het geloof in de voorzienigheid langzaam maar zeker baan maakte voor het geloof in vooruitgang, debatteerden geleerden en intellectuelen over de vraag of de toekomstige sociale utopie gebaseerd moest zijn op spirituele of seculiere principes. Filosofen zochten naar een onafhankelijke kracht in het universum die de aardse bevolking kon redden van de economische en spirituele ontberingen. Thomas More construeerde een nogal twijfelachtig literair Utopia dat het begin markeert van de overgang van God/Christus naar wetenschap/technologie als redders der mensheid.
Met de komst van de industriële revolutie sloeg de balans definitief door richting technologie en wetenschap. Eindelijk was er zicht gekomen op een einde van het probleem van de productie - binnenkort zouden er genoeg goederen zijn voor iedereen, en wel in die ruime mate dat competitie over schaarse goederen zou verdwijnen. Vanaf nu kon het idee van vooruitgang tot volle bloei komen.
Zowel links (Condorcet en Saint-Simon) als rechts (Comte en Spencer) deelden een optimisme over de toekomst, al liepen de voorspellingen over de uiteindelijke bestemming ver uiteen. Zo anticipeerde Saint-Simon op het radensocialisme, terwijl Spencer de verschijning van de burgerlijke Übermensch verwachtte.

Dystopia
Laten we Marx vooral niet vergeten in deze korte uiteenzetting. Hoewel Marx zich zelden positief over utopieën uitliet, had hij toch ook zo zijn momenten. Marx geloofde dat het fabriekssysteem al de productieproblemen (dwz. schaarste) op zou lossen, maar hij voorzag wel een nieuw probleem, dat van de distributie. De crisis in de verdeling zou leiden tot een revolutie, waarna de overwinnende arbeiders de uitbuitende verdelingsmechanismen van de bourgeoisie zouden herstructureren.
Deze speculaties doken ook later nog regelmatig op in utopische visioenen. René Clair heeft dat in zijn film A Nous la Liberté nog eens mooi duidelijk gemaakt. De film schildert een periode na de glorieuze revolutie. De arbeiders genieten van de vruchten van hun nul-werk en leven enkel om te feesten, drinken en zingen terwijl machines ondertussen plichtsgetrouw hun werk doen en de noodzakelijke goederen produceren. Ook belangrijke stromingen in de moderne kunst (Futurisme, Constructivisme, Bauhaus) illustreren dit binnenkort te verschijnen seculiere utopia.
Toch zou het wat oneerlijk zijn om het soms schaamteloze optimisme van de 20e eeuw aan Marx toe te schrijven. Alhoewel hij heeft beschreven hoe de rationele kapitalistische economie het productieprobleem zou oplossen, realiseerde hij zich ook dat mensen niet tevreden zijn met alleen maar producten. Marx voorzag dat in het tijdperk van het kapitalisme de productiestandaard even hard zouden stijgen als de mate waarin we zouden vervreemden van onze menselijke natuur, van het economisch proces, van de economische producten en van andere mensen. De individuele psychische toestand zou zeker niet beter worden, maar pijnlijk slechter. Gezien vanuit de ogen van Marx was er, uitgezonderd op het gebied van de productie, van een rechtlijnige sociale vooruitgang geen sprake.
Dit brengt ons op het tweede scenario, die van het pessimistische dystopia. Dit standpunt lijkt na elke nieuwe gemeganiseerde of elektronische oorlog nieuwe aanhangers te krijgen. Zelfs voordat het vooruitgangsidee haar hoogtepunt bereikte, voor de militaire rampen van de 20ste eeuw, voorspelde een enkele criticaster al dat de menselijke 'vooruitgang' op een ramp zou uitlopen. Ferdinand Tnnies stelde dat de ontwikkelde technologie alleen maar de complexiteit van de arbeidsdeling zou vergroten, waardoor instituties die de basis vormden van de samenleving (familie, vriendschap. publieke ruimte, etc.) in gevaar kwamen. Na de eerste wereldoorlog vertolkte Oswald Spengler deze mening. Volgens hem waren ontwikkelde technologieën en zich uitbreidende steden geen indicaties van vooruitgang; integendeel zij wezen erop dat het einde van de beschaving in zicht was - deze had haar kritisch massa bereikt en stond op het punt zichzelf te verbranden. De grote socioloog Pitirim Sorokin omschreef dit perspectief kernachtig in The Crisis of Our Age: "Noch geluk, noch veiligheid en zekerheid, en zelfs niet materieel comfort zijn gerealiseerd. In slechts een enkele periode van de menselijke geschiedenis zijn zoveel miljoenen mensen zo ongelukkig geweest, zo onzeker, zo hongerig en wanhopig als in onze tijd, van China tot en met West- Europa."

Videorecorder
Tot zover de twee kanten, voor altijd in oppositie. Op dit moment zijn beide antithetische meningen te beluisteren. Bedrijfsfuturologen zingen het loflied over gecomputeriseerd informatie-management, satelliet communicatie, biotechnologie an cybernetica; ze verzekeren ons dat technische wonderen het leven gemakkelijker zullen maken, nieuwe generaties technologie zullen de sociale en economische problemen nog beter tegemoet kunnen treden.
Aan de andere kant waarschuwen pessimisten, neoludditen en technofoben dat de mensheid de machines niet langer in de hand zal kunnen houden en zij ons zullen controleren. In meer fantasierijke (meestal Hollywood-)beelden, wordt het nieuwe dystopia afgeschilderd als een wereld waar mensen in de kwaadaardige greep zijn van een zelfbewuste intelligente machine die hen tot slavernij dwingt, of zelfs uitmoordt.
Dit zijn de meest voorkomende vertellingen over de relatie tussen sociale evolutie en technologie. Voor de utopisten heeft de vooruitgang het doel dat René Clair verbeeldde in zijn visioen: technologie als een transparante achtergrond die ons zal bevrijden van de productiekrachten, zodat we kunnen aanmonsteren in een vrije hedonistische jacht. Voor de dystopisten verbeeldt technologie een staatsapparaat waarover de controle is verloren, niemand weet hoe het af te zetten en het stevent blindelings af op de ondergang van de mensheid.
Nu zijn beide visies eenvoudig met bewijzen te staven, maar er bestaat ook een derde visie. Eén die zelden wordt genoemd omdat het de emotionele intensiteit van de andere twee ontbeert. Zou het doel van de technologische vooruitgang, voortbordurend op de suggestie van Georges Bataille, apocalyptisch noch utopisch kunnen zijn, maar eenvoudig nutteloos? Zuivere technologie zou in dit geval niet een actief werktuig zijn dat de mens helpt of schaadt, het heeft gewoon geen functie. Zuivere technologie, gesteld tegenover zuiver nut, wordt nooit aangezet; het is er gewoon, bestaand voor en van zichzelf. In plaats van de machines van de utopisten en dystopisten is het niet alleen vrij van de mensheid, het is zelfs vrij van haar eigen machine-functies - het dient geen enkel praktisch doel, voor niets en niemand.

Waar deze machines zich bevinden? Ze zijn overal - in huis, op de werkvloer en zelfs op de plaatsen die je slechts voor kunt stellen. De meeste mensen zijn er zo aan verknocht technologie te beschouwen als een uitdrukking van waarde of anti-waarde dat ze niet meer in staat zijn in te zien dat de meeste technolgieën helemaal niets doen.
Nog niet zo lang geleden bleek dat veel mensen niet in staat zijn hun videorecorders te bedienen. Een komiek verwoordde het als volgt: "Ik heb zojuist een videorecorder gekocht voor 400 dollar en ik kan er maar niet achter komen hoe dat ding werkt. 400 Dollar is toch echt teveel voor een klokje dat alleen maar 12:00 knippert." Natuurlijk is dit een overdrijving, maar er zit een interessant element van waarheid in. Het programmeren van de functies van een videorecorder vereist vaardigheden die de gemiddelde consument bij lange na niet bezit.
Toen de video voor het eerst op de markt verscheen, geloofden velen dat iedereen binnenkort een tv-studio in huis zou hebben. De huisstudio zou het eindpunt markeren van de ontwikkeling in de videoproductie. Niets is minder waar. In plaats daarvan staan video-recorders volgestopt met computerchips onder het spinnenrag vergeten in een hoekje van de kamer. Neem de chip die het mogelijk maakt de video-recorder voor een maand te programmeren. Dit is in feite niks meer dan een eerbetoon aan de nutteloosheid. Het bestaat alleen in en voor zichzelf, zonder dat het een werkelijke functie heeft. De meeste programma-informatie is niet eens een maand van tevoren beschikbaar, en zelfs als dat wel het geval zou zijn, kun je je afvragen waarom iemand een maand lang de beste televisieprogramma's op zou moeten nemen. En wie zal er aan denken op de juiste tijden een nieuwe lege band in de recorder te stoppen?

Martini-shaker
Het antwoord op de vraag waarom zo'n chip ooit gemaakt is moeten we ontrafelen uit een web van mogelijkheden. Ten eerste moet het perverse verlangen dat consumenten associëren met nut niet worden onderschat. Gedreven door de gespectaculariseerde motors van de begeerte willen consumenten meer voor hun geld - zelfs als ze dat extra's nooit zullen gebruiken. Bedrijven stellen hiertegenover hun eigen cliché: "U vraagt, wij bieden". Als gevolg zetten de marketingsafdelingen van bedrijven in de strijd voor het marktaandeel in de elektronica-sector hun ingenieurs onder druk om nieuwe producten te ontwerpen met nog meer nieuwe mogelijkheden. Een belangrijk verkooppunt is: "Onze machine heeft meer mogelijkheden voor dezelfde prijs". De consument wil alleen weten of hij een goede deal heeft gemaakt (d.w.z. het meeste voor zijn geld). De vraag: "Kan ik eigenlijk gebruiken wat ik koop?" wordt nooit gesteld.
Bedrijven weten dat dit verlangen naar nutteloosheid bestaat (een verlangen dat nooit kan worden gestild) en komen hieraan tegemoet door hun producten te overladen met zoveel mogelijk nutteloze gadgets als maar mogelijk is. De cirkel is geboren.
De cirkel wordt een spiraal op het moment dat er weer een nieuwe technologie wordt geïntroduceerd - in dit geval een onzuivere technologie. De slogan van een elektronica concern: "zo slim dat het eenvoudig wordt" is symbolisch voor de ontzuivering. Het concern laat in zeker zin weten dat haar technologie werkelijk een nuttige toepassing heeft. Consumenten kunnen het kopen, niet alleen om het te hebben, maar ze zullen in staat zijn het iets te laten doen. De slogans laten eveneens zien dat consumenten het privilege kopen dom te zijn (het ultieme product in de sfeer van de blinkende consumptie). Er zit geen handleiding bij, het hoeft niet in elkaar gezet te worden, geen enkel begrip is vereist. De tv-reclame voor het product is zelf de handleiding. Eenmaal gezien, zijn de consumenten in staat het product te laten functioneren.
Terwijl het koopgedrag van degenen die zich laten verleiden door zuivere technologie wordt geleid door een pervers consumenten-activisme, door en door gecorrumpeerd door de Veblenesque nachtmerrie van de blinkende consumptie, wordt het gedrag van degenen die onzuivere technologie kopen geleid door een behoefte om de nuttige apparaten zo onzichtbaar mogelijk te maken zodat ze het 'lifestyle'-traject niet kunnen onderbreken. Deze poging om terug te keren naar onzuivere technologie heeft eventueel een averechtse werking en dan wordt de spiraal weer een cirkel. De geloofsijver van de consument voor eenvoudige technologie die niet afleidt van de dagelijkse bezigheden, is te eenvoudig te sturen in de richting van gespecialiseerde producten die nauwelijks het gemak bieden dat zo wanhopig wordt gezocht.
Uit deze variëteit van kunstmatig gegenereerd verlangen komen twee typen producten voort. Ten eerste zijn er de producten die gewoon bedrog zijn, zoals de elektrische Martini shaker. In dit geval werkt de ouderwetse manier namelijk veel beter. De tweede is de voor consumentengebruik geschikt gemaakte pasta-machine. Na een avond thuis met dit onding te hebben doorgebracht weet je precies wat het begrip toenemende arbeidsintensiteit betekent. Dit is geen technologie die ons gemak dient. Deze stukjes burgerlijke verwondering zullen al snel de juiste plaats vinden in het bovenste keukenkastje als een nutteloze snuisterij. Anders dan de video-recorder moeten deze stukjes technologie eerst met de mens in contact zijn geweest alvorens het stadium van zuiverheid te bereiken.

Auto
In alle gevallen wordt het verlangen naar exces, dat is de behoefte zoveel te hebben dat het niet meer te gebruiken is, door de consumenteneconomie (de economie van het overschot) succesvol geëxploiteerd. Plezier wordt verkregen door ontkenning - door een product niet te gebruiken. Hoewel de bourgeoisie in tegenstelling tot voorgaande vrijgestelde klassen nooit dat stadium van zuivere nutteloosheid heeft bereikt, ambiëren ze nog steeds met grote angst, en met heel weinig succes, de totale contraproductie. Maar deze klasse komt gewoon wat tekort om het hoogste stadium in de hi rarchie van meester en slaaf - zo bekwaam onder woorden gebracht door Hegel - te bereiken. De producten die de leden van deze klasse consumeren transformeren zichzelf als plaatsvervangers in de obscene uitspattingen van exces waaraan zij eigenlijk zelf persoonlijk als 'stamhoofden' zouden moeten deelnemen. De lafheid van de bourgeoisie kan nooit genoeg worden onderschat. Geconfronteerd met de mogelijkheid om de grenzen van het mogelijke te testen, laten ze dingen hun plaats in de sfeer van het nutteloze innemen. In dit gebied verkrijgen de producten van de contraproductie een status analoog aan het heilige in 'primitieve' culturen. Zo worden deze technologie n de iconen van een seculair transcendentalisme, goddelijke kracht opeenhopend door het leven van degenen die hen omringen te controleren.
In het alledaagse denken wordt de griezelige notie dat een technologie die uit het blikveld en onze gedachten is verdwenen het best het menselijk bestaan in de economie van het verlangen omschrijft, verdrongen. Het dagelijks leven wordt gestructureerd door het praktische. Objecten worden allereerst en in belangrijkste mate beoordeeld op hun instrumentele waarde. Nut wordt de belangrijkste drijfveer in ons individuele bestaan. Daarom behoudt in deze zichtbare sfeer de consumptie van het exces en de excessieve consumptie een praktisch element. Bijvoorbeeld, een rijk iemand koopt een luxueuze auto. Hoewel deze veel nutteloze attributen zal bevatten is de belangrijkste reden om hem te kopen dat hij 'lekker rijdt'. Het toegevoegde bijvoeglijk naamwoord 'lekker' verwijst naar haar nutteloze componenten, terwijl de centrale component, het werkwoord 'rijden', verwijst naar de functie van het product. De mogelijkheid van de auto om een instrumenteel proces plezierig te maken verwijst de auto naar de sfeer van het verlangen en het exces en maakt hem zo geschikt als product van de blinkende consumptie.
Zo zijn er nog veel meer voorbeelden te noemen. Desondanks wordt het nutteloze zelden opgemerkt omdat het geen onderdeel uitmaakt van het beperkte burgerlijke exces. Als consumenten zijn we niet getraind om het nutteloze te herkennen of bewust te waarderen - haar psychische wortels liggen veel te diep begraven in ons bewustzijn en onze economie.

Offers
Te vaak wordt duidelijk zichtbare excessieve luxe beschouwd als de grens van het exces, maar deze grenzen liggen veel verder dan het zichtbare. Om het extreme exces te kunnen begrijpen, moeten we verder kijken dan de blinkende consumptie. Het exces zal nooit gezien worden. We kunnen het ons alleen voorstellen en binnen deze ide le ruimte tenminste begrijpen. Of het nu een nutteloze chip is in de ingewanden van de machine, of een ondergronds raketsysteem, de grenzen van het exces zijn niet zichtbaar. De macht ontplooit zich pas werkelijk in afwezigheid, in de umheimliche, irrationele marges van het bestaan.
In het dagelijks leven duiken regelmatig offers op voorbij de grens tussen het zichtbare en onzichtbare. We weten allemaal dat er op de wegen en snelwegen vele mensen sterven (in de VS zo'n 50 duizend per jaar). Deze mensen worden gewillig en nutteloos geofferd om te laten zien dat het ons ernst is met ons verlangen naar transporttechnologie. Er bestaat geen middel om deze offering te be ndigen, behalve dan het sluiten van de wegen. Toch is er tot op heden geen enkel eerbetoon geweest voor degene die hun leven gaven aan het exces van het reizen - het blijft voor altijd verborgen. Filosoof en kunstenaar Gregory Ulmer heeft wel eens voorgesteld om aan het monument voor de oorlog in Vietnam een monument toe te voegen waarmee de mensen die gestorven zijn op de Amerikaanse snelwegen zouden worden herdacht. Onnodig te vermelden dat dit voorstel werd afgewezen. Dit offer en exces moet in de moderne maatschappij immers verborgen blijven. Het monumentaliseren van dood en nutteloosheid is te beangstigend.
De meeste monumenten voor degenen die aan de staat zijn geofferd, zijn abstracte stukken beton, marmer, brons of ander materiaal dat op de duurzaamheid van de kunstmatig gecre erde herinnering moet wijzen. Maar er zijn monumenten die van een brutale eerlijkheid getuigen en de nutteloze technologie n samen met haar slaven tentoonstelt. De USS Arizona bijvoorbeeld - een half gezonken schip dat compleet met bemanning in de haven van Pearl Harbor te ruste ligt. Dit nationaal monument, een functioneel item nutteloos gemaakt door haar offering, suggereert het metafysisch moment van dierbaar verlies door haar gebrek aan functie. (Wee degene die dit relict niet met de gepaste eerbied tegemoet treedt, want het spreekt van de wil tot exces welke gegrond is in de menselijke nutteloosheid met het oog met de dood). Wat zo overtuigend is aan dit monument is dat het schip nog steeds voorkomt op de lijst met dienstdoende schepen. Deze necropolis is meer een symbool voor de afwezige kern van de oorlogsmachine dan een monument voor de Amerikaanse soldaten die zijn gestorven in de slag om Pearl Harbor; het monumentaliseert transcendente nutteloosheid.

Raketsysteem
Utopische technologie is technologie die tot zonde is vervallen. Het is ontdaan van haar zuiverheid en opnieuw begiftigd met nut. Deze val is nodig om haar contact met de mensheid te herstellen. Eenmaal weg van de productietafel, heeft de technologie die het goddelijke leven van de nutteloosheid leeft, geen contact meer met mensen als gebruikers of uitvinders; eerder zijn het de mensen die haar dienen om haar haar nutteloosheid te laten behouden.
De lokatie van de meest complexe zuivere technologie is geen geheim. Diep in het hart van de oorlogsmachine ligt het raketsysteem. Uiteindelijk speelt al het onderzoek zich rond dit onzichtbare monument voor nutteloosheid af. Hoe groter en krachtiger het wordt, hoe groter haar waarde. Maar als het eenmaal wordt aangeraakt - dat wil zeggen, als het ooit wordt gebruikt - wordt haar waarde nul. Om van waarde te zijn, moet het onderhouden worden, verbeterd, uitgebreid, maar het moet nooit werkelijk iets doen. Dit idool van de destructie is voor altijd hongerig, bereid alle bronnen op te eten. Als wederdienst schijt zij nuttige objecten uit. Consumenten, communicatiesystemen en transportsystemen bijvoorbeeld, zijn drastisch verbeterd als gevolg van dit continue onderzoek om de pracht van de apparaten van de nutteloosheid te vergroten.
Het is mogelijk dat er een punt bestaat waarop dit proces stopt - iets wat ontdekt is na het ineenstorten van de Sovjet Unie. De 'patriotten van de democratie' die een collectieve zucht van verlichting slaakten en bluften dat ze tenslotte gelijk hebben gekregen - 'communisme werkt niet' - zouden zich dan ook nog steeds zorgen moeten maken. De ineenstorting van de Sovjet-Unie had weinig te maken met ideologie. De VS en USSR waren eerder in een competitiestrijd verwikkeld om de beste apparaten van nutteloosheid te produceren om zo hun respectievelijke Hegeliaanse heerschappij van de aarde te vestigen. Moderne autocraten en oligarchen weten al heel lang dat een staand leger een ongewenst grote claim op de economie legt. Zeker, staande legers waren destijds de monumenten voor nutteloosheid, maar in termen van grootte en kosten verbleken ze bij het staande raketsysteem van het elektronische tijdperk. Zoals met alle nutteloze dingen, komt er voor de investeringen niks terug. De nutteloosheid representeert een 100 procent verlies van kapitaal. Hoewel zo'n investering rechtstreeks in lijkt te gaan tegen de nuttige aard van de bourgeois cultuur - constitutioneel of socialistisch - het dwangmatig verlangen naar een nutteloze meester is des te groter (Japan is een interessante uitzondering op deze regel). Ongelukkig genoeg voor de Sovjet-Unie waren zij niet is staat dezelfde hoeveelheid geld te besteden aan zuiver exces als de Verenigde Staten. Het Sovjet techno-idool had iets meer last van verstopping, en kon niet blijvend zoveel uitschijten als nodig was. Met als gevolg dat toen de grenzen van nutteloosheid bereikt waren het systeem implodeerde.

Star Wars
De Amerikaanse regering daarentegen is er tot op de dag van vandaag van overtuigd dat verdere vooruitgang kan worden geboekt. Reagan en zijn Star Warsprogramma leidde tot een beleid dat het nutteloze radicaal uitbreidde. Reagan was natuurlijk ook de perfecte man om dit beleid te maken. Hij was immers zelf een idool van nutteloosheid. Hij representeert een van de weinig momenten in deze eeuw dat nutteloosheid een organische vorm aannam. (Dit is een van de redenen waarom hij als held van de bourgeoisie werd beschouwd. Hij was bereid zich persoonlijk zonder verontschuldigingen in de nutteloosheid te storten. Hij wilde niet dat een ding zijn plaats in zou nemen). Inspelend op de yuppie-paranoia (de vriend van de fascisten), overtuigde Reagan het hem welgezinde publiek dat een defensief monument (Star Wars) voor de nutteloosheid noodzakelijk was in het geval het offensieve monument (het raketsysteem) niet voldoende was. Zijn pleidooi was succesvol genoeg om te garanderen dat jaren van nutteloos onderzoek zouden volgen die niemand kon stoppen. Zelfs niet toen zijn oorspronkelijk monumentale visie (een net van met laser bewapende satellieten) moet worden geschrapt. Op deze manier zorgde Reagan ervoor dat de apparaten van nutteloosheid zich zelfs na de Koude Oorlog bleven uitbreiden. In werkelijkheid is deze situatie nu gepasseerd.
Op dit moment hebben de VS geen concurrenten meer in de race van nutteloosheid, maar de monumenten blijven bewaard en groeien zelfs. Wat op zich vreemd is, omdat zelfs het cynische afschrikkingsargument nu ter discussie staat. Terwijl de offensieve monumenten voor de nutteloosheid inkrimpen - raketten worden ontmanteld en uit elkaar gehaald, de zorgvuldigheid van een belangrijk ritueel en technologie die miljoenen heeft gekost wordt ten ruste gelegd, terwijl het nooit iets anders gedaan heeft dan bestaan - blijft het algemene systeem zich dankzij Reagans vooruitziende blik uitbreiden.
Hoewel men het blijft ontkennen is het verlangen van de bourgeoisie om zich te onderwerpen aan het nutteloze, hiermee duidelijk zichtbaar geworden. Het onderzoek is gedaan, het systeem verbeterd, maar met welke reden? De raketten staan nu op de oceaan gericht, zodat ze zelfs als ze 'gebruikt' worden, nog steeds nutteloos zijn. De onderdelen van de Star Wars technologie zijn nog niet in zuivere vorm uit de experimentele laboratoria naar buiten gekomen. Zelfs als dat wel het geval zou zijn, bestond er nog geen vijand waartegen het Star Wars systeem de Amerikaanse burgers zou moeten beschermen.
Het Amerikaanse systeem heeft het stadium van de ultieme transcendentale nutteloosheid bereikt. Dit techno-historisch monument is de hoogste manifestatie van technologische zuiverheid.

Irak
In zijn haast om de apparaten van nutteloosheid te redden van hun opslagplaats, heeft Reagan een fout gemaakt. Toen hij zijn idee van een defensief monument aan het Amerikaanse volk schetste, verstoorde hij het primaire teken van de oorlogsmachine: wederzijds verzekerde vernietiging. Hij herstelde de hoop in het Amerikaanse bewustzijn dat mogelijk het nut de Amerikaanse burgers van totale vernietiging zou kunnen redden. Het loskoppelen van dood en nutteloosheid haalde de voorheen heilige elementen van de oorlogstechnologie uit de geprivilegieerde sfeer. Eenmaal ontzuiverd stortte de waarde van deze elementen in termen van het bevredigen van het burgerlijke verlangen ineen. Dit is een deel van de reden waarom Reagan's originele Star Wars-visie ontmanteld is. Tot dusver is de meeste oorlog-tech echter niet ontzuiverd als gevolg van deze ideologisch uitglijder. De zuiverheid van de offensieve massavernietigingswapens wordt nog steeds bekrachtigd. Naties die deze code van nutteloosheid niet begrijpen maar wel alle modernste militaire technologie bezitten baren de Verenigde Staten veel zorgen. Irak, Libië en Noord-Korea zijn goede voorbeelden. De Amerikaanse regering is bereid vijandige actie te ondernemen slechts gebaseerd op het vermoeden dat Noord-Korea en Libië massavernietingswapens in bezit zullen krijgen n ze zullen gebruiken. In het geval van Irak werd de code doorbroken toen die regering daadwerkelijk chemische wapens gebruikte. Sinds die tijd heeft Irak het als gevolg van de sancties economisch en militair niet al te best meer gedaan. De les die hieruit moet worden getrokken is dat landen die zich niet onderwerpen aan de burgerlijke idolen van de nutteloosheid als ketters zullen worden geofferd en toegang tot de iconen van nutteloosheid zal worden ontzegd.

Anti-economie
Ondanks de gewoonte om de relatie tussen verlangen en macht te verklaren met behulp van de variabelen nationaal belang en nut, is het even vruchtbaar om de principes van de anti-economie te gebruiken - perversiteit en nutteloosheid. De economie van het ongekanaliseerde verlangen en perversiteit, zoals naar voren gebracht door Bataille, doordringt het oppervlak van het nut op een overtuigende manier. In de 20e eeuw heeft vooruitgang voornamelijk bestaan uit een bourgeoiscultuur die zoekt naar een nieuwe meester. Tijdens de burgerlijke revoluties werd de aristocratie verslagen, evenals de kerk met haar spirituele hierarchieën, maar het oorspronkelijke verlangen om het nutteloze te dienen is nooit aangetast. Het 'primitieve' ritueel om goederen aan de kwade of potentieel kwade God te offeren om hem tevreden te stellen in een toestand van neutraliteit, blijft zich herhalen in de complexe kapitalistische economie. Alle dingen moeten ondergeschikt worden gemaakt aan neutraliteit - aan nutteloosheid.
Een belangrijk verschil tussen het virtuele tijdperk en de meer primitieve tijden is dat de huidige idolen geen metafysische referent hebben. Degene die geconstrueerd zijn, vormen geen medi rende punten tussen persoon en geest, of leven en leven na de dood; maar zijn eindpunten, lege tekens. Aan deze papieren meester heeft offeren geen limiet. Van de trappen van de tempel vloeit iedere dag bloed. Hoe toepasselijk voor de vooruitgang om tot haar eind te komen in het rijk van de nutteloosheid. Als deze mythische vertelling zichzelf blijft uitspelen, gaat de suggestie van Arthur en Marilouise Kroker steeds meer hout snijden. We zijn geen getuige van het einde van het kapitaal, maar in plaats daarvan van haar terustelegging in haar eigen ijlende doodstrance.

Critical Art Ensemble

-----
Dit essay is een vertaling van "The Technology of Uselessness", oorspronkelijk verschenen in: Critical Art Ensemble, Electronic Civil Disobedience and Other Unpopular Ideas (Autonomedia, New York, 1996).
Vertaling en bewerking zijn van de hand van Freek Kallenberg en verschenen in wijlen het tijdschrift Mba-Kajere.
-----
Critical Art Ensemble