 Print
Matteo Pasquinelli
WARPORN WARPUNK!
Autonome Videopoiesis in Oorlogstijd
Vertaling: Thijs Vissia, overgenomen van Flexmens
Een volledige, engelstalige versie vind je hier of hier
(externe link).
'Gruwelijke beelden op televisie en in de krant raken ons niet meer', zegt
Susan Sonntag. Niets is minder waar, de mensheid heeft excessen nodig als
tegenhanger voor de narcotische alledaagsheid. Ondertussen speuren we als
één groot fotografisch netwerk met digitale camera's en telefoons de
werkelijkheid af naar iets opwindends om het direct te kunnen delen.
Samengevoegd verwordt deze ongeregistreerde grassroots collage van de
werkelijkheid tot een libidinaal afwateringskanaal: warpunk.
Grijnzende Apen
Hoe denk je een oorlog te kunnen stoppen zonder wapens? Het
anti-oorlogsgeluid dat wereldwijd de pleinen vulde en de cosmetische
democratie van internationale gerechtshoven staan machteloos ten opzichte
van de razende legers van de V.S. Tegen het dierlijk instinct van een
supermacht kan de rede niet op: een maniakale macht kan alleen gestopt
worden door een andere, sterkere macht. Elke dag zijn we getuige van een
Darwiniaanse voorstelling: de geschiedenis die zich herhaalt door een wrede
botsing van machten, wat rest is de vrijheid van meningsuiting, beoefend aan
café- en keukentafels. Ook pacifisten zijn handlangers van deze instinctieve
krachten, want dierlijke agressie huist in ons allen. Hoe uiten we de
beestachtigheid waar we soldaten om veroordelen? Onder het oppervlak van
zelfcensuur dat eigen is aan radicaal links (net als aan de zwijgende
meerderheid), zouden we publiekelijk moeten toegeven dat het bekijken van
beelden van pornografische martelingen in Abu Ghraib ons niet choqueert, in
tegendeel, het windt ons op, op precies dezelfde manier als dat we
aangetrokken worden door de 9/11 video's. Door zulke beelden ervaren we
onderdrukte instincten, het plezier dat opkomt na de narcotiserende werking
van het consumeren van technologie, goederen en beelden. We ontbloten onze
tanden zoals apen dat doen, wanneer hun agressieve grijns angstwekkend veel
op de menselijke glimlach lijkt. Hedendaagse denkers zoals Baudrillard en
Zizek erkennen de duistere kanten van de Westerse cultuur. Als 9/11 al
schokkend was voor het Westerse bewustzijn, dan poneert Baudrillard nog een
veel schokkender these: wij westerlingen verlangden naar 9/11, als de
doodsstuip van een supermacht die zijn natuurlijke grenzen heeft bereikt,
die niets anders meer kent en verlangt dan zelfvernietiging en oorlog.
Digitale anarchie.
Een cameratelefoon vs. Empire
De traditionele media-oorlog omvat nu ook het internet; het genetwerkte
beeld (televisie, internet, mobiele telefoons en digitale camera's)
verandert in een gevechtsterrein: personal media zoals digitale camera's
brengen de wreedheid van oorlog direct de woonkamer binnen, met de snelheid
van een internet-download, en buiten alle overheidscontrole om. Dit
genetwerkte beeld kan niet tegengehouden worden, en dat geldt evenzeer voor
technologische evolutie. Absolute transparantie is een onvermijdelijk lot
voor ons allemaal. Het cameratelefoon-tijdperk is een serieuze bedreiging
voor de privacy, evenals voor elke vorm van geheimhouding, staatsgeheimen
incluis. Een grotesk voorbeeld is Donald Rumsfeld die kokend van woede voor
het US Senate Committee on Armed Services verscheen, waar hij ondervraagd
werd over het Abu Ghraib-schandaal: "We functioneren binnen de beperkingen
van vredestijd, met wettelijke randvoorwaarden, terwijl we in een
oorlogssituatie zitten, in het informatietijdperk, met mensen die rondrennen
met digitale camera's, die deze ongelooflijke foto's maken en ze, strijdig
met de wet, rondsturen aan de media, tot onze verrassing - in het Pentagon
waren ze nog niet eens aangekomen." Een paar dagen later verbood Rumsfeld
het gebruik van ieder soort camera of cameratelefoon door Amerikaanse
soldaten in Irak. Rumsfeld was zelf het 'slachtoffer' van het uitzenden op
internet van een bekende video waarin hij beleefd de hand van Saddam Hussein
schudt, in 1983. Nieuwe digitale media lijken een onvoorspelbare digitale
anarchie voortgebracht te hebben, waar een telefoon met videofuncties het op
kan nemen tegen Empire. De beelden van marteling in Abu Ghraib zijn de
interne aartsvijand van een beschaving van machines, die aan de controle van
haar scheppers en wereldbouwers ontsnapt. Er is een machine-nemesis, maar
ook een beeld-nemesis: zoals Baudrillard opmerkt, is het Empire van het
Spektakel nu onderhevig aan de hypertrofie van het spektakel zelf, aan haar
eigen lust naar beelden, naar auto-erotische porno. Het eindeloos
herhaalbare karakter van digitale technologie heeft de ondergang van
copyrightcultuur teweeg gebracht door middel van peer-to-peer netwerken,
maar ook de proliferatie van digitale spam en de witte ruis van 'content' op
het web. Cameratelefoons hebben een genetwerkte megacamera gecreëerd, een
super-lichtgewicht panopticon, een horizontale Big Brother. Het Witte Huis
raakte verzeild in dit web. De digitale herhaling levert ons niet langer uit
aan het spiegelpaleis van postmoderne 'weak thought' - aan het beeld als
naar zichzelf verwijzend simulacrum - maar veeleer aan een universum van
hyperlinks waar videopoiesis de verst uiteen liggende punten kan verbinden
en fatale kortsluitingen kan veroorzaken.
Warporn
Wat er bij Abu Ghraib aan het licht kwam was echter geen toevallige
kortsluiting, maar een implosie; een fatale dynamiek van oorlog, media,
technologie, lichaam en verlangen. Filosofen, journalisten en commentatoren
kwamen van alle kanten aansnellen met verschillende perspectieven voor een
nieuw analytisch kader van het gebeurde. De nieuwheid van de beelden van Abu
Ghraib en Nick Berg (fictioneel of niet, dat doet er niet toe) bestaat eruit
dat ze een nieuw narratief genre van het collectieve beeld vormen. Voor het
eerst werd een snuff-movie geprojecteerd op het mondiale scherm;
internetsubculturen die gewend zijn aan dat soort beeld, kwamen spontaan uit
de kast: rotten.com bereikte eindelijk de massa's. In plaats van een
traumatische ervaring te duiden, gingen kranten en weblogs ertoe over de
politieke, culturele, sociale en esthetische repercussies op te maken van
dit nieuwe beeldgenre, dat ons dwingt om immuunsystemen en
communicatiestrategieën aan te passen. Zoals Seymour Hersh constateerde, gaf
Rumsfeld de wereld een goed excuus om de Conventie van Genève vanaf nu maar
te negeren. Daarmee heeft hij ook het tolerantieniveau voor het zichtbare
verlaagd, wat ons dwingt om samen te leven met het Afschuwelijke. De
journalistiek definieert oorlogsporno als de fascinatie van tabloids en
talkshows voor glimmend wapentuig en gepolijste uniforms, hi-tech tanks en
infrarood bommen, een arsenaal van beelden die sommigen definiëren als het
aseptische surrogaat van pornografie als zodanig. Ridley Scott's Black Hawk
Down is oorlogshardcore, bijvoorbeeld. De cover van Time, waarop een
Amerikaanse soldaat prijkte als Person of the Year, werd door Adbusters
afgedaan als pure oorlogsporno: "Drie Amerikaanse soldaten die trots staan,
half-glimlachend, hun geweren omarmend." Oorlogsporno is ook een sub-genre
van trash-porno - nog relatief onbekend, afkomstig uit de donkere uithoeken
van het net. Het kenmerkt zich door het naspelen van gewelddadige seksscènes
tussen soldaten of de verkrachting van burgers (pseudo-amateurfilms worden
vaak geschoten in Oost-Europa en als authentiek aan de man gebracht).
Oorlogsporno wordt bevrijd van haar status van net-subcultuur: haar morbide
interesse en fetisj voor oorlogsbeelden verworden tot politieke wapens, tot
voyeurisme en nachtmerrie van de massa's. Is het toevallig dat oorlogsporno
precies nu uit het moeras van Irak tevoorschijn komt?
De afstoting van het digitale lichaam
De metaforische associatie van oorlog met seks die hieraan ten grondslag
ligt, wijst op iets dieperliggends dat voorheen niet zo expliciet was: een
libido dat, vervreemd door welvaart, verlangend uitziet naar oorlog om haar
oerinstincten de vrije loop te laten. Oorlog is zo oud als de menselijke
soort, natuurlijke agressiviteit is historisch ingebed in collectieve en
institutionele vormen, maar meerdere lagen technologie scheiden de oorlog
van vandaag van haar dierlijke onderlaag. We hebben de beelden van Abu
Ghraib nodig om de obscene achtergrond van dierlijke energie, die verscholen
gaat onder democratische make-up, terug aan het oppervlak te brengen. Is
deze 'terugkeer van het verdrongene' simpelweg een resultaat van de
verspreiding van digitale camera's en cameratelefoons? Of is er een diepere
link tussen het lichaam en de technologie die vroeg of laat dodelijk zal
blijken? Terwijl de massamedia vol staan met tragisch en morbide nieuws,
lijkt er aan de framing van digitale media vanaf de oorsprong iets te
ontbreken. Is het de 'passion of the real' (Alain Badiou) die, in
ballingschap op het scherm, alle kaders doet springen? Nieuwe personal media
hebben een direct verband met de psychopathologie van het alledaagse, je zou
kunnen zeggen dat ze er een nieuw format voor creëren en een nieuw genre van
communicatie; bovenal vestigen ze een relatie met het lichaam die bij
televisie altijd ontbroken heeft. Oorlogsporno lijkt te wijzen op de
verwerping van technologie door onderbewuste krachten, die zichzelf echter
uitdrukken via hetzelfde medium dat ze onderdrukt: deze afstotingsreactie
wijst misschien op de voortgaande aanpassing van het lichaam aan het
digitale. De verspreiding van digitale protheses is niet zo rationeel,
aseptisch en immaterieel als het lijkt. Elektronische media schijnen een
rationaliteit en koelheid geïntroduceerd te hebben in intermenselijke
relaties, maar de schaduwen van het digitale komen iedere keer weer aan het
oppervlak. Er komt een moment waarop de technologie op fysieke wijze haar
tegendeel ontketent. Het internet is het beste voorbeeld: achter het
oppervlak van immateriële en 'disembodied' technologie ligt een handel in
porno die de helft van de dagelijks gebruikte bandbreedte in beslag neemt.
Op dezelfde wijze helpt de Orwelliaanse verspreiding van videocamera's niet
een Apollonische transparante wereld te realiseren, maar raakt ze zelf
verzadigd van geweld, bloed, en seks. De volgende Endemol-productie à la Big
Brother zal lijken op de film Battle Royal, waar Takeshi Kitano een klas
scholieren naar een eiland brengt om ze te laten deelnemen aan een
doodswedstrijd waar de winnaar de laatste overlevende is. We hebben de media
altijd beschouwd als prothese van menselijke rationaliteit, en technologie
als nieuwe belichaming van de logos. Maar nieuwe media belichamen ook de
donkere kant van de Westerse wereld. In oorlogsporno treffen we deze Siamese
tweeling aan: libido en media, verlangen en beeld. Twee radicale bewegingen
die in feite dezelfde zijn: oorlog herinvesteert het vervreemde libido,
personal media worden gevuld met het wanhopige, vervreemd geraakte libido.
Het onderbewuste kan niet liegen, de skeletten beginnen vroeger of later
lawaai te maken in hun kasten. Oorlogsporno is wat de dierlijke energieën
van de westerse maatschappij doet exploderen als libidinale bomexplosies.
Zulke energie kan ook zijn uitdrukking vinden in fascistische revoltes of
bevrijdende rebellie. Radicale beelden zijn beelden die nog in staat zijn om
politiek te zijn en een impact hebben die tegelijk politiek, esthetisch en
lichamelijk is.
Videopoiesis: het lichaamsbeeld
Kunnen we op een intelligente manier gebruik maken van televisie? De eerste
intelligente reactie is de tv uitzetten. Activistencollectieven zoals
Adbusters.org (Canada) en Esterni.org (Italië) organiseren jaarlijks
tv-stakingen, die een dag of een week onthouding promoten. Kan het Westen
überhaupt denken zonder televisie? Het antwoord is nee. Zelfs als we zouden
ophouden tv te kijken door een mondiale stroomstoring of nucleaire oorlog,
dan nog zijn onze verbeelding, hoop en angsten steeds gevat in een tv-buis.
Het gaat niet om verslaving, de televisie is simpelweg onze primaire
collectieve taal: ooit waren dat religie, mythologie, sage en literatuur. We
kunnen het ritueel (tv kijken) wel onderdrukken maar de mythe laat zich niet
uitwissen. De tv kun je uitzetten, de beelden niet. Om deze reden gaat het
idee van autonome videopraktijken niet over het leveren van 'alternatieve
informatie' maar om nieuwe mythische middelen voor de collectieve
verbeelding. In de zoektocht naar het Perfecte Beeld - het beeld dat in
staat is oorlogen te stoppen, het Empire te ondermijnen en de Revolutie te
beginnen - heeft de mondiale beweging nieuwe vormen uitgevonden van
videoactivisme (van Indymedia tot Telestreet) en mythopoiesis (van Luther
Blisset tot San Precario). Maar er is nooit geprobeerd om die strategieën
bijeen te brengen in iets wat in staat is om Bin Laden, Bush, Hollywood en
CNN uit te dagen op hun eigen, mythische niveau, zoals de videosequentie van
William Gibson's Pattern Recognition die op het internet circuleert.
Videopoiesis betekent niet de proliferatie van camera's in handen van
activisten, maar het maken van videovertellingen, het ontwerpen van nieuwe
genres en formats veeleer dan 'alternatieve info'. De uitdaging ligt in het
'lichaamsbeeld'. Met videopoiesis moeten we het verdrongen libido van
bewegingen verwelkomen, en het vraagstuk van lichamelijkheid openstellen dat
nu begraven ligt onder parachristelijke, derde-wereld-retoriek. Terwijl de
beeldenwereld van het westen gevuld wordt met de verminkte lichamen van
oorlogshelden, weet de mondiale beweging nog niet precies wat ze wil.
Oorlogsporno is een uitdaging voor de beweging, niet om de horror te pareren
met meer afschuwelijks, maar wel door het produceren van beelden die het
slapende lichaam wakker maken. In de geschiedenis van televisie heeft het
medium altijd macrolichamen geproduceerd, mythische, gigantische lichamen
uitvergroot door mediamacht, lichamen op dezelfde schaal als oude goden. Het
televisieregime creëert monsters, lichamen als het beeld van de President
van de Verenigde Staten, het Al-Qaeda-merk en filmsterren, terwijl het web
deze lichamen juist ontleedt en uit de karkassen nieuwe lichamen
construeert. Videopoiesis moet de onbewuste zelfcensuur, die we aantreffen
in de meest liberale en radicale delen van de maatschappij, uitschakelen;
het is deze zelfcensuur die achter crypto-christelijke facades de 'grijns
van de aap' verborgen houdt. Zodra deze crypto-religieuze zelfcensuur
uitgeschakeld is, kan videopoiesis beginnen de ontlede lichamen op creatieve
wijze opnieuw te assembleren.
Warpunk. I like to watch
Kijken naar wrede beelden is goed voor je. Wat het Westen nodig heeft , is
om naar haar eigen schaduwen te staren. In J.G. Ballard's The Atrocity
Exhibition zijn het oorlogsnieuws en gewelddadige scènes die de seksuele
activiteit van volwassenen, en de toestand van psychotische kinderen een
positieve impuls geven. Warlords vullen met naakt geweld de collectieve
verbeelding. Terwijl we in de echte wereld continu het slachtoffer zijn van
geweldloze afpersing, kunnen we in het rijk van beelden en verbeelding onze
lusten vrij spel geven. Als het Amerikaanse beeldenarsenaal een afglijden
naar Nazisme toestaat, en legitimiteit geeft aan 'any kind of violence', dan
kan ons antwoord alleen een apologie zijn voor verzet en actie, ofwel
'warpunk'. Warpunk is niet een subcultureel delirium of een omarming van
wapens als esthetisch gebaar. Integendeel, warpunk gebruikt radicale beelden
als instrumenten van legitieme zelfverdediging. Om een Japans gezegde te
parafraseren: warpunk leent van oorlog en Empire de kunst van het 'opsieren
van de dood'. Warpunk gebruikt oorlogsporno in een soort tragisch discours,
om tegelijkertijd de Westerse cultuur en de zelfcensurerende counter-culture
te overwinnen. Wat ons vooral angstig maakt is de hoogmoed van de
Amerikaanse warlords: de manier waarop ze elk obstakel confronteren door
alle geschreven en ongeschreven regels aan de kant te schuiven. Waarom zou
je deze dreiging tegemoet treden met de verbeelding van het slachtoffer, die
zijn witgeschilderde handen ten hemel heft? Slachtofferschap is een slechte
raadgever: het is de definitieve validering van het Nazisme, het hulpeloze
blaten van een schaap dat de wolf alleen nog maar onverschilliger maakt. De
mondiale beweging is een goed voorbeeld van 'zwak denken' en reactieve
cultuur. Misschien is dat omdat, anders dan warlords en terroristen, de
bewegingen nooit een manier hebben gevonden om te denken over het tragische,
over oorlog, geweld en dood. Een tragische gedachte is de blik die op elk
beeld van de afgrond kan dansen. In Chris Korda's I like to watch (te
downloaden op www.churchofeuthanasia.org) worden pornoscènes
van orale seks en masturbatie versneden met beelden van voetbal en
honkbalwedstrijden en met de bekende beelden van NY911. De fallische beelden
bereiken een climax: het Pentagon wordt geraakt door de ejaculatie,
meervoudige erecties storten neer op de skyline van New York, de Twin Towers
veranderen in het object van een architectonische blowjob. Deze video is de
projectie van de laagste instincten van de Amerikaanse maatschappij, de
common ground die spektakel, oorlog, pornografie en sport samen hebben. Het
is een orgie van beelden die het Westen haar eigen achtergrond toont.
Warpunk is een eskader B52s dat libidinale bommen en radicale beelden dropt
in het hart van de Westerse beeldvorming.
|