ANTI-MEMO'S
(tekst: R.B.)
Heel lang geleden dus, in zo'n ver land, daar waar ooit het Paradijs, en wat later de Bakermat van de Beschaving lag, in dat land van Sumer, werden ze uitgevonden: de klerken. Deze nieuwe beroepsgroep kwam op, groeide voort als gras en bloeide verder op in China, in Egypte, in Perzië. Overal waar zich een rijk vestigde, waar een imperium tot stand kwam, daar ontwikkelde en verfijnde men de klerkencultuur.
Die klerk toch, daar zit hij dan: een mannetje achter een plank met daarop aan de ene kant een in-bakje, aan de andere kant een uit-bakje, en daartussen in het midden een leegte: niets. Dat nu is de leesplek, de schrijfplek, de plek waar echt wat plaatsgrijpt, waar zich werkelijk wat voordoet, onherroepelijk. Daar zit hij, de eeuwige zitter, de hoeksteen van het gezag, de plaatsbekleder, de teller en de turver, de inner van de heer.

Binnen de bureaucratische organisatie -vandaag steeds vaker 'de Werkelijkheid' genoemd - het apparaat dat ervoor moet zorgen dat alles en iedereen perfect functioneert, daarbinnen worden voor intern gebruik briefjes geschreven, briefjes waar korte boodschappen op staan, mededelingen, vragen soms. Deze briefjes worden in de postvakken van de ondergeschikten geschoven, want voor deze ondergeschikten - de uitvoerders, de doeners van het echte werk dus - zijn die briefjes bedoeld. Hoe meer er van dit soort briefjes geschreven worden en verzonden worden en in de vakjes gedeponeerd worden, hoe groter en dus ook moeilijker, gecompliceerder de organisatie lijkt en hoe belangrijker de briefjes-schrijver zich voelt. Kleurencodes, stippen, sterren en strepen signaleren de urgentie van de boodschap.

Naar Amerikaans voorbeeld wordt zo'n briefje een 'memo' genoemd, spreek uit 'memmo', wat een afkorting van memorandum is, wat weer iets met herinneren (nostalgie?) van doen heeft. De memo is maar een bescheiden product van de bureaucratische machine, daarom wordt de memo ook wel, vertederend, memootje genoemd.
De bureaucratische machine moet eigenlijk heel wat belangrijker zaken produceren: agenda's, notulen, evaluaties, consolidaties, visitaties, reorganisaties, innovaties, plus de daarbij behorende checklists, ooit controlelijsten genoemd. Dat allemaal ter ondersteuning van wat vandaag voor de verandering het 'management' heet, zowel het lower, middle, higher als top management. En als ze het niet redden, het interim management.

Voor de memo-ontvanger, de memolezer dus, zou het goed zijn zelf memoschrijver, memozender te worden. Moesten immers eens niet ontvangers zenders worden, en zenders ontvangers? Hoe dan ook, de memo-ontvanger van nu doet er goed aan geen gewone memo's te schrijven en te verzenden. Die horen immers thuis in de categorie Oedipoes: memo-memmo-mamma ... Nee, dan liever heel andere memo's geschreven, en wel tegen-memo's, contra-memo's, anti-memo's.

Waar nu gaan die anti-memo's dan wel over? Ja, dat is een goede vraag, want echte gewone alledaagse memo's gaan zoals bekend nergens over, nooit gaan ze ergens over, ze gaan over niets. Waarom worden die dan toch steeds maar weer, dag-in dag-uit geschreven, verzonden, in vakjes geduwd en daar weer uitgetrokken; waarom toch acht men dat van het grootste belang? Welnu, memo's worden geschreven uit hoge nood, ze worden geschreven om te voorkomen dat de memo-schrijver zelf vergeten wordt. De memo is het enige kruid dat tegen het vergeten van de memoschrijver gewassen is. De eigenlijke boodschap die verzonden wordt luidt 'ik ben er nog', en 'vergeet mij niet'.

Maar ook en vooral worden memo's geschreven om te voorkomen dat de memoschrijver de enige echt veilige plek die hij heeft: achter deze deur hier, op die stoel, achter dat bureau, naast deze kast vol ordners, met dat venster in de nek om vooral niet naar buiten te hoeven kijken en staren en dromen; dat hij die plek moet verlaten om elders, ergens anders dus heen te moeten gaan, naar een andere plek, de plek van een ander, van de ondergeschikte, naar de ondergeschikte plek. Want dan moet die ander opgezocht worden, gevonden, benaderd, aangekeken zelfs en ook nog aangesproken worden.

Kort en goed, de memo wordt geschreven om te voorkomen dat dit allemaal zomaar plompverloren gebeuren kan, dat persoonlijke contact, die directe communicatie die altijd ook met improvisatie en dus met risico te maken heeft. Officieel natuurlijk worden memo's geschreven om redenen van efficiency, om tijd te winnen, uit zuinigheidsoverwegingen dus. Dat wordt gezegd, dat staat in de papieren, dat krijg je op cursussen die nu trainingen of seminars of workshops of zo heten en die gaan over het zogenaamd verbeteren van de interne communicatie. Maar ja, dat is natuurlijk de buitenkant, dat is het verhaal dat verteld moet worden om het schrijven en verzenden van memo's te legitimeren, te rechtvaardigen voor God en de wereld. Van binnen, aan de binnenkant van deze rechtvaardiging die er is voor de buitenwacht, ziet het er heel anders uit. Memo's zijn uitgevonden, moeten ervoor zorgen dat de schrijver ervan kan blijven zitten waar hij zit en zich niet méér hoeft te verroeren dan nodig is tussen zijn in-bakje, zijn uit-bakje, zijn archiefkast en die prullenbak daar.

Als het goed is zijn anti-memo's boodschappen die wél ergens over gaan, over zaken van belang zelfs, die dan ook vol struikelblokken, valkuilen, voetangels, klemmen, haken en ogen enzovoort zijn. Gewichtige zaken worden erin aangesneden.

Anti-memo's roepen vragen op die niet zo gemakkelijk te beantwoorden zijn, waar zelfs begenadigde problem-solvers uit Groningen geen rappe oplossingen voor hebben. De anti-memo's die hier ter kennismaking worden aangeboden, dertien zijn het er, gaan over vragen als:
  • wat moeten we met de theorie;
  • wat hebben de gevangenis, de school, de fabrieken het hospitaal met elkaar gemeen;
  • wat zijn verlangens-machines;
  • zijn wij allen schizo's geworden;
  • waarom toch moet het weten al het niet-weten verdringen;
  • hoe kom je van vrijheid via geborgenheid tot verzadiging, die weer tot paniek leidt en omslaat in terreur;
  • waarom deugt de almacht van het oog van geen kant;
  • waarom werd Merleau-Ponty 'labyrintisch solipsisme' en 'transcendentaal narcisme' verweten;
  • wat is dat toch, verlangen;
  • hoe zit het met het ascetisme van heremieten en dat van de cenobieten;
  • wat heeft dat met het kunstenaarschap van nu te maken;
  • waaruit bestaat de tegenstelling tussen schizoanalyse en psychoanalyse;
  • wat is dat nu: al dat bont, die schoenen, deze zweep en die helmen daar?
ledere anti-memo begint met een verbodsbepaling, want waar die anti-memo over gaat, dat mag onder geen beding bekend worden, dat mag niet beklijven, dat moet in de doofpot gesmoord, dat kan gewoon niet. Daarop, op die waarschuwing volgt dan de kern van de zaak: een korter of langer stuk tekst uit een boek dat daaronder vermeld staat. Meestal zijn deze teksten nogal complex, gecompliceerd, moeilijk dus. Dat is goed zo, dat is de bedoeling, dat moet, want deze teksten moeten iets dingachtigs hebben, iets objekt-achtigs, iets raadsel-achtigs. Zoals je dat bij dingen, objecten hebt, die zich toch ook niet binnenstebuiten keren, die echt niet het achterste van hun tong laten zien.

En die foto's dan, die foto's bij de anti-memo's? Die komen uit een project van de kunstenares Rumiana Popova (Bulgarije).