KLIK terug naar het overzicht van de Berichten

Ceuta & Melilla
Ruimtelijke Ongehoorzaamheid aan de grens van Europa

tekst: José Pérez de Lama, a.k.a. Osfa
Verschenen in Flexmens Magazine 2.2
en ook te vinden op de website van flexmens.org.
Vertaling: Merijn Oudenampsen


Het is een treurig jubileum. Grofweg een jaar geleden vulden bloedige beelden van gewonde migranten bij de grensafzettingen van Ceuta en Melilla de westerse media. Op de grens van de twee Spaanse enclaves in het noorden van Marokko pogen migranten nog af en toe de grensafzettingen over te komen (op 3 juli dit jaar vielen er opnieuw slachtoffers). Maar door de verhevigde beveiliging en repressie hebben sindsdien velen hun toevlucht gezocht tot steeds gevaarlijkere routes over zee. Hier het verhaal van de andere kant van de grens, in een artikel gevuld met indrukwekkende ooggetuigenverslagen van migrantengemeenschappen en solidariteitsnetwerken.
Ceuta en Melilla 2003-2005

Zeker sinds 2003 bestaan er rond de Spaanse enclaves Ceuta en Melilla in Noord-Afrika al informele kampementen van migranten die wachten op een mogelijkheid om Europa binnen te komen. Van daaruit proberen ze dat op velerlei manieren. Zij zijn de armste migranten, die zich geen vliegtuig kunnen veroorloven, zelfs niet de oversteek per visserssloep (patera). Om Ceuta en Melilla te bereiken hoeft men alleen maar het territoriale grensgebied over te steken, door over het hek te klimmen of de politie van één zijde om te kopen.

Eenmaal in Europees territorium, kunnen de migranten niet op een legale manier teruggestuurd worden naar Marrokaans grondgebied indien zij van landen afkomstig zijn die geen terugstuurovereenkomst hebben gesloten met de Spaanse overheid (dit zijn de meerderheid van de Centraal-Afrikaanse landen, met uitzondering van Nigeria, Guinee Bissau en Mauritanië) of in het geval dat zij politiek asiel aanvragen. De autoriteiten zijn dan gedwongen om juridische mechanismes in werking te stellen om het land van origine te achterhalen.

In de kampementen (de meest beroemde zijn het bos van Benyunes in Ceuta, het dennebos van Rostrogordo en de Gurugú berg in Melilla) is de situatie van migranten moeilijk en gevaarlijk. Alhoewel de mensenrechten in theorie universeel geldig zijn, zijn de kampementen -zoals ook in Guantanamo Bay - niemandsland, in limbo. Het zijn non spaces, waar de migranten niet erkend worden als mensen en slachtoffer worden van arbitrair geweld, met niets meer dan hun eigen krachten en onderlinge solidariteit om in leven te blijven. Door verschillende getuigenverslagen (gerapporteerd op Indymedia Estrecho) is het mogelijk om een beeld te krijgen van de continue aanvallen en mishandelingen door de grenspolitie van zowel Marokko als Spanje.

Helena Maleno is al jaren aan het werk in de kampementen, zij geeft juridische hulpverlening aan de ´economische vluchtelingen´. Volgens verhalen van mensen als zij zijn de migranten zich steeds beter gaan organiseren, om zich sterker te maken en te proberen om op collectieve wijze het oversteken van de grens te vergemakkelijken. De organisatie in de kampementen gebeurt in gemeenschappen, georganiseerd per land van origine, met een voorzitter aan het hoofd van elke gemeenschap en regelmatige algemene vergaderingen. In sommige van deze vergaderingen worden economische middelen gedeeld met iedereen, zodat ook het risico verdeeld wordt. Het gebeurt immers regelmatig dat de Marokkaanse politie mensen aanhoudt en hun geld ontneemt.

Onderhoud en veiligheidstaken worden collectief verdeeld, zoals het halen van water en eten of het opgeladen houden van de mobieltjes, wat gebeurt met behulp van handgemaakte opladers die niet zouden misstaan in een Europees hacklab. De kampementen staan regelmatig in telefonisch contact met solidariteitsorganisaties en kennissen die hulp verschaffen, zoals mensen uit de stedelijke gebieden van Marokko, Europa of uit de herkomstlanden.

Helena Maleno vertelt ons dat als je hen iets komt brengen, de migranten in het bos altijd liever mobiele telefoonkaarten hebben dan voedsel of medicijnen. Tot nu toe besliste de algemene vergadering ook over wie de grens zal oversteken als de gelegenheid daar is, om zo iedereen een mogelijkheid te geven en niemand achter te laten.

Politici voeren al sinds 2003 een mediaoffensief tegen de kampementen. Een jaar later werd het aantal overvallen op kampementen door politie en leger opgevoerd. Volgens verslagen werden de aangehouden migranten meestal geslagen en beroofd, waarna ze in de woestijn gedropt werden, dichtbij de grens van Algerije of ten hoogte van Oujda, aan de genade overgelaten van Algerijnse soldaten. Vandaar moesten ze lopend terug, zo'n 20 km naar de grenszone van Melilla, of 250 km naar de grens van Ceuta.

In 2004, na meerdere collectief georganiseerde pogingen om het hek en de grens over te komen, investeerde de Spaanse overheid 175 miljoen euro in de beveiliging van de grens. Het hek werd verhoogd van drie tot zes meter, nu met electronische beveiliging en nachtelijke observatie apparatuur. Ook de hoeveelheid manschappen van de politie (de Guardia Civil) werd uitgebreid. Het hek ontwikkelde zich tot twee aparte hekken, met een weg ertussen voor de voertuigen van de Guardia Civil.

In 2004 en 2005 breidde het aantal verslagen van mensenrechtenschendingen en deportaties naar Algerije zich sterk uit (van organisaties zoals Pateras de la Vida, Colectivo Al Jaima en anderen).

In 2004 werd de Fadaiat - een bijeenkomst die zich inzet voor de combinatie van vrije mobiliteit van mensen en vrije uitwisseling van informatie - georganiseerd in Tarifa (Cadíz) door Indymedia Estrecho en andere organisaties. De Afrikaanse kust is vanaf Tarifa duidelijk zichtbaar. Tijdens de bijeenkomst arriveerden twee sloepen met compañeros uit het bos van Benyunes op de Spaanse kust, vlabij Algeciras. Ze werden gearresteerd. Solidariteitsnetwerken werden onmiddelijk geactiveerd door middel van telefoonverkeer tussen Tarifa, het bos, Tanger, Algeciras en Sevilla. De aanwezigheid van activisten op straat die protesteerden tegen de arrestaties zorgde er na drie dagen van intens werk voor om de compañeros vrij te krijgen. Onder de gearresteerden bevonden zich enkele zwangere vrouwen, een irreguliere uitzetting naar Marokko vanuit het politiebureau in Algeciras werd al voorbereid.

Tijdens de Fadaiat van 2005 (ook gehouden in Tarifa), werd een film vertoond die gemaakt was door de migrantencollectieven uit het bos in samenwerking met activisten uit Tanger. De film is een persoonlijk verslag van hun situatie en een presentatie van hun sociale en politieke eisen voor vrijheid van beweging en mensenrechten. [1]

Aan de grens van Ceuta en Melilla, augustus - oktober 2005

Op de nacht van 28 augustus 2005 wordt een poging gewaagd het hek bij Melilla over te steken, waarbij tientallen migranten erin slagen om Europees grondgebied in te komen. Op 29 augustus maken zij de volgende aanklacht via internet:
"Om 2 uur 's nachts probeerde een groep van ons het hekwerk over te komen dat Marokko van Melilla scheidt. De Guardia Civil viel ons aan, zoals altijd, met de hardste martelmethoden, de elektrische stok, handboeien, traangas, rubber kogels, echte kogels. Zij sloegen een van onze compañeros heel erg hard, totdat hij niet meer bewoog. Zij openden de kleine deur in het hekwerk en deporteerden de hele groep terug naar Marokko, tezamen met het lichaam van de compañero. Het dode lichaam ligt begraven in het bos erop te wachten, samen met ons, dat een of andere inernationale autoriteit zich rekenschap hiervan geeft. De Guardia Civil kan ons vermoorden met totale straffeloosheid."
In hetzelfde bericht vermeldt het solidariteitsnetwerk het volgende:
"In de afgelopen drie maanden zijn er 271 gedocumenteerde gevallen geweest van illegale deportaties door de Guardia Civil. De meerderheid werd daarbij gemarteld."
Een dag later arriveert een nieuw communiqué van de Melilla-migranten:
"De vroege morgen van 29 augustus was tragisch. Twee compañeros uit Kameroen gingen samen met ons naar het hek dat de Mariguariberg in Marokko scheidt van Melilla.
We waren met meerdere mensen, niet eens veel, de race begon, de auto's van de Guardia Civil waren naar ons aan het zoeken. Het is een wedloop zoals altijd, een gevecht, een oorlog... Alleen heel erg ongelijk; zij hebben gassen die ons van adem beroven, rubber kogels die je ziel splijten wanneer ze op je afgevuurd worden. Ze hebben ook echte kogels, die je soms hoort in de nacht. Wij hebben onze handen en voeten, en het idee om ze niet te confronteren met openlijk verzet. De groep is wat belangrijk is, en de verzamelde hoop die ons vergezelt op een lange route (soms twee of drie jaar) van onze thuislanden naar het door ons zo verlangde Europa.
De Guardia Civil hebben ook grote stokken die het lichaam hard en snel raken, die onze botten en onze hoop breken. Sommige van deze stokken zijn ook elektrisch en je voelt je lichaam schudden van binnen, hoe je het vermogen te ademen even verliest en denkt dat je dood gaat.
Deze dag was als alle andere; sommigen werden verwond, zoals andere dagen. Dit keer was de Marokkaanse politie er niet. Het was ons en de guardias. Velen van ons hadden de hekken al overgestoken, wij waren al in Melilla, maar de Guardia Civil opende de smalle deur in het hekwerk en bracht ons terug naar Marokko. De gewonden, degenen die niets hadden opgelopen en, naar later bleek, twee levenloze lichamen.
In de chaos van de nacht en met de angst dat Marokkanse militairen zouden arriveren en het geheel compleet zouden maken door ons te deporteren naar Oujda (op de grens met Algerije, in niemandsland), verborgen we ons in het bos. Pas de volgende ochtend ontdekten we het lichaam van een van onze broeders, kapot geslagen. Het was duidelijk dat hij dood was. We zagen ook de leidinggevenden van Koninklijke Marokkaanse Politie en we wisten intuïtief dat er iets vreselijks was gebeurd. De Marokkanen vertelden ons dat er nóg een dode was gevonden bij het hek.
We stonden naast het lichaam, terwijl we twee noodoproepen maakten, om de internationale autoriteiten te verwittigen van wat er was gebeurd. Iemand kwam aan en begon te filmen, zag en getuigde dat wat wij vertelden waar was. Ook Artsen Zonder Grenzen zag de gewonden en één van de lichamen; ze weten ook dat een van de lichamen een compleet vernielde buik had. Waarom zoveel stilte dan?
Wij, de illegalen, zoals ze ons noemen, wij die geen woorden hebben, wij bidden ook voor onze waardigheid, (ook al vermoorden ze ons, we behouden die waardigheid, we zijn tenslotte menselijke wezens), we zagen hoe onze compañeros doodgeslagen werden door de Guardia Civil, en dat daarna de kleine poort geopend werd en hun lichamen naar buiten werden gegooid, alsof ze niet meer dan honden waren.
Wij weten dat we door zullen gaan met het bestormen van het hek; velen van ons zijn gevlucht uit situaties van honger en oorlog. Maar we hebben geen angst; zelfs al zijn we compleet op onszelf aangewezen, we weten dat we menselijke wezens zijn die niets verkeerd hebben gedaan, dat de moordenaars niet onder ons zijn, en dat tenminste God dat allemaal weet."
Het bericht, dat direct wordt gepubliceerd op Indymedia Estrecho, heeft enkele dagen nodig om tot de media door te dringen in haar volle proporties. Officiële bronnen veroordelen de bestorming van het hek door honderden migranten, en ze erkennen maar één slachtoffer.

Op 31 augustus wordt een nieuw communiqué ontvangen van "Migranten in Transit, Marokko". De compañeros vertellen in hun eigen woorden, via onze netwerken in Tanger, over de overvallen die plaatsvinden op de migrantenkampementen in reactie op de bestorming van het hek.
"Om zes uur 's ochtends zijn Marokkaanse militairen het kampement ingegaan waartoe de twee uit Kameroen behoorden die zijn vermoord door de Guardia Civil. De militairen hadden een helikopter en waren met velen. Grote hoeveelheden arrestaties zijn verricht. De overgebleven compañeros hebben zich verstopt in het bos. "
Solidariteitsorganisaties uit Tánger voegen aan het communiqué een feitelijk verslag toe van de geburtenissen op 29 augustus:
Deze feiten demonstreren de samenwerking tussen Marokkaanse veiligheidsdiensten en de Spaanse overheid in de brute repressie en moord op onze migranten-compañeros.
Op 29 augustus, twee uur 's ochtends, gaat een groep van vijftig migranten naar de grensafzetting van Melilla. Zij splitst zich op in drie groepen, waarvan er één uit 16 migranten bestaat. Deze groep wordt gezien door twee auto's van de Guardia Civil. De vier officieren stappen onmiddelijk uit en beginnen te schieten met rubber kogels. Op dit moment arriveren versterkingen, verscheidene auto's. Van de zestien zijn er acht over de twee hekken heen die Marokko scheiden van Spaans grondgebied. Twee zijn bloed aan het overgeven. Een van korte afstand geschoten rubber kogel heeft een migrant in zijn maag geraakt. Een andere rubber kogel, ook van korte afstand, heeft een migrant in de borst verwond.
Agenten van de Guardia Civil beginnen de migranten te slaan die nu op de grond liggen, met de kolven van hun geweer en met elektrische stokken. Een van de acht ziet dat een compañero die bloed aan het overgeven was, niet meer beweegt. De ander is nog steeds aan het overgeven. De Guardia Civil opent de kleine deur in het hek dat functioneert als grens tussen Marokko en Melilla. De acht worden teruggestuurd; één is een levenloos lichaam, een ander is ernstig gewond.
De zes compañeros rennen om zich te verbergen. De volgende morgen bergt de Kameroense gemeenschap één van de lichamen. De ander ligt naast het hek. Het lichaam wordt gevonden door agenten van de Marokkaanse politie. In de middag van de 29e roept de Kameroense gemeenschap sociale organisaties op om de moorden publiek te maken en te veroordelen.
's Middags besluit de Kameroense gemeenschap één van de officiële grens-overgangen naar Melilla te benaderen en als een vorm van protest het lijk te tonen aan de Guardia Civil aan de overzijde van het hek. Zij beschuldigen de agenten van de moord op hun compañero. Na wat eerste momenten van verbazing van de kant van de politie, arriveren de Marokkaanse autoriteiten om de groep te arresteren en later te deporteren naar het grensgebied met Algerije."
Het communiqué gaat verder:
"Wrede overval op migranten in de bossen van Nador"

"Op de 31e om zes uur 's ochtends gaan Marokkaanse militairen de bossen van Nador in, dichtbij de grens van Melilla, waar de migranten hun kamp hebben opgeslagen. De overval was, volgens de migranten zelf, verschrikkelijk. Om drie uur 's middags hebben we contact kunnen opnemen met enkelen van hen die zich verborgen hebben gehouden sinds de ochtend. Zij bevestigen dat er veel gearresteerden zijn die naar de Algerijnse grens zullen worden gedeporteerd en dat de hoeveelheid militairen veel groter was dan in andere gevallen. Er was ook een helikopter aanwezig. Zoals in de meerderheid van de gevallen zijn velen gemarteld en sommigen beroofd. Alle bezittingen van de migranten werden gestolen of in brand gestoken."
Een paar dagen later wordt de Guardia Civil door een intern onderzoek gevrijwaard van enige schuld voor de slachtoffers op de ochtend van de 29e. De tweede dode is verdwenen. De Spaanse overheid kondigt opnieuw de start aan van werkzaamheden om het hek te verhogen van 3 tot 6 meter in Ceuta en Melilla, een project dat in 2004 nog niet voltooid was.

Op 17 september verschijnt er op Indymedia Tanger een aanklacht: "Marokko is een gevaarlijk land als je zwart bent, wat je legale status ook is." Gewelddadige invallen vonden die dag plaats in Rabat,vanaf 4 uur s' ochtends, en honderden Centraal-Afrikanen worden vervoerd naar de grens met Algerije. Onder de gedeporteerden bevinden zich meerdere asielzoekers en enkele gewonden. Op 21 september worden dertien asielzoekers teruggebracht van de Algerijnse grensregio na protesten bij officële instanties.

Op 27 en 29 september staat de 7de bilaterale bijeenkomst gepland tussen de Marokkaanse en Spaanse regering, die ergens tussen Córdoba en Sevilla zal plaatsvinden. Sociale bewegingen zijn begonnen zich te organiseren om de aandacht van de media en overheden te vestigen op de gebeurtenissen aan de grens.

Op 26 september, de vooravond van de diplomatieke top, wordt een nieuwe bestorming van het hek ondernomen. Enkele tientallen migranten slagen erin om de grens over te steken. Officiële bronnen vermelden 15 gewonden.

In de nacht van de 28e op de 29e vindt een nieuwe bestorming plaats, deze keer in Ceuta. Om tien voor vier 's ochtends bellen ze Sevilla, waar mensen van de solidariteitsnetwerken zich verzameld hebben voor een 'tegentop'. Ze vragen om onmiddellijke steun; ze zijn omsingeld door de Guardia Civil, die van plan is hen op illegale wijze terug te sturen naar Marokko. Vanuit Sevilla wordt erop aangedrongen dat ze zich verzetten en asiel opeisen. Gedurende de nacht blijven de telefoons afgaan, journalisten en het Rode Kruis worden wakker gebeld om ze met spoed te vragen naar het hek bij Ceuta te gaan. Ondertussen vertellen de migranten in real-time over verschillende doden en tientallen gewonden (52 van de 160). De migranten vertellen over de dood van een baby van drie maanden; zijn moeder viel op de grond toen het schieten begon.[2]

De activering van solidariteitsnetwerken slaagt erin om tientallen migranten aan de Europese zijde van de grens te houden, waar medische assistentie wordt verleend. Op de 30e vermeldt de pers 5 doden, de Spaanse en Marokkaanse regering beschuldigen elkaar van het gebruik van echte kogels, die tot de dodelijke slachtoffers leidden. Diezelfde dag vermeldt de Spaanse regering dat zij 720 militairen stuurt. Op burgerlijke ongehoorzaamheid wordt gereageerd met militarisering en repressie.

Diezelfde dag publiceert Indymedia Tanger een persbericht met een analyse en samenvatting van de gebeurtenissen; door overvallen op de kampementen hebben het Marokkaanse en Spaanse leger volgens het persbericht de migranten bewust aangezet tot de bestorming van het hek. Het doel is het creëren van een noodsituatie die de genomen besluiten op de diplomatieke top moet legitimeren tegenover de publieke opinie. De gemaakte besluiten verplaatsen de verantwoordelijkheid voor het controleren van migratiestromen van Spanje naar de Marokkaanse regering in ruil voor een pakket van economische maatregelen ten gunste van Marokko.

In hetzelfde bericht wordt erop gewezen dat "sinds de vroege ochtend de overvallen in het bos permanent geworden zijn: de mensen schuilen in groepen van drie en vier in de bosjes, zonder te hebben gegeten, gedronken of geslapen. De situatie van babies en moeders is wanhopig."[3] De conservatieve pers publiceert een foto van Marokkaanse militairen die migranten arresteren in de plastic hutten van het kampement. Het artikel is getiteld: "De Overgave van Benyunes" (ABC 01.10.05).

Verbannen naar de woestijn

Kort na de diplomatieke top waarin Marokko de verantwoordelijkheid op zich neemt voor de grenscontroles worden migranten en asielzoekers in Marokko en masse opgepakt en gedeporteerd naar het hart van de woestijn. Onder druk van de deportaties besluiten de migrantengemeenschappen bij de grens van Ceuta en Melilla alles op alles te gooien om de grens over te steken. De situatie leidt tot een climax.

Op 2 en 3 oktober vermeldt Indymedia Tanger de arrestatie van asielzoekers in Casablanca en Rabat, en grootschalige deportaties door het Marokkaanse koninkrijk naar de woestijn in de Sahara en Mauritanië. Op 5 oktober vermeldt Indymedia Tanger de deportatie van 1000 Centraal-Afrikaanse migranten naar de woestijn, met water noch voedsel, en de daarop volgende dood van tenminste veertig mensen.

Door de overvallen en de dreiging van onmiddelijke deportatie vinden hernieuwde bestormingen plaats op het hek op 3 en 5 oktober. Op een foto op de voorpagina van de krant El Pais zien we twee migranten rennen nadat zij Melilla hebben bereikt, alsof ze olympische atleten zijn, maar dan compleet bedekt met bloed.

Op 6 oktober zijn de Spaanse en Marokkaanse overheid tot een overeenkomst gekomen: de Centraal-Afrikanen die in eerdere bestormingen Ceuta en Melilla bereikt hebben moeten onmiddellijk teruggebracht worden naar Marokkaans territorium. Rabat kondigt tegelijkertijd de komst aan van 2000 soldaten naar de grens met Ceuta and Melilla.

De avond daarvoor verschijnt een documentaire op de Spaanse nationale televisie waarin een agent van de Guardia Civil te zien is tijdens een bestorming van het hek. Hij is woedend aan het inschoppen op het lichaam van een migrant die op de grond ligt. De documentaire bereikt een enorm publiek van 1.750.000 kijkers.

In de nacht van 6 op 7 oktober vindt nog een massale bestorming van het hek plaats, met, volgens verschillende bronnen, vijf tot zeven doden als gevolg. Een getuigenis van een van de betrokkenen verschijnt op Indymedia Estrecho:
"Rond half drie in de ochtend arriveren we bij het hek. We zien vier helikopters, drie lijken Spaans, één Marokkaans. We zijn het eerste hek nog niet overgestoken maar niemand heeft ons nog kunnen pakken.we hebben tot zover kunnen komen.
Ze zijn begonnen ons te beschieten met traangas. Ik heb twee lichamen naast mij zien vallen. De Marokkaanse politie omringt ons van achteren en voor ons is de Spaanse politie. Ze schieten van beide kanten, van de Spaanse en de Marokkaanse kant. Ik heb zelf iemand meegesleept met een kogel in zijn voet.
In het ziekenhuis van Nador ligt een gewonde compañero van ons die zeven lijken heeft zien arriveren, zeven mensen zijn dus gedood. Hier in het bos zijn nog een heleboel gewonden die tot nu toe geen medische assistentie hebben gekregen. Er zijn 32 gewonden, velen met kogelwonden. Er zijn gebroken voeten en armen en niet eens de humanitaire hulporganisaties zoals Artsen Zonder Grenzen zijn gearriveerd, omdat we compleet omsingeld zijn. In de kleine Marokkaanse winkels waar we ons eten kopen zijn ze bang ons iets te verkopen. De situatie is verstikkend. Hiervoor toen ze je meenamen was je leven tenminste niet in gevaar, nu brengen ze je naar de Sahara en je sterft. Je moet kiezen tussen doodgaan in de woestijn of neergeschoten worden tussen het prikkeldraad." L.C.
Een tweede getuigenverslag verschijnt in hetzelfde communiqué van iemand die gedeporteerd is vanaf Ceuta:
"Ik was even in Spanje. De nacht dat we probeerden Ceuta te bereiken. Ik beklom de twee hekken maar stond daar tegenover de Guardia Civil, die mij dwong terug te gaan met een indrukwekkende wreedheid waarvan ik dacht dat ik die nooit zou tegenkomen in een democratisch land. Ze overhandigden mij aan de Marokkaane militairen tezamen met 155 mensen die nog in redelijke goede staat waren, en een twintigtal gewonden in verschillende gradaties. Ze schoten allemaal met echte kogels, Marokkanen en Spanjaarden, de Spanjaarden schoten toen we op de top van de hekken waren en de lichamen vielen naar beneden. Ik herinner me degenen die stierven en ik sterf zelf ook van binnen.
De Marokkaanse autoriteiten verplaatsten ons naar de stad Oujda, zoals gewoonlijk. Toen ik aankwam kwam ik een heleboel Afrikanen tegen die afkomstig waren uit andere delen van Marokko. Ik zag een boel mensen die een vluchtelingsstatus hadden van de UNHCR, wat betekent dat zij tijdelijk onder bescherming stonden van de Verenigde Naties.
Ik zag ook compañeros die een verblijfsvisum hadden voor Marokko of een stempel in hun paspoort dat nog steeds niet verlopen was. Ik zag vrouwen met baby´s, ik zag zwangere vrouwen.
Ze stopten ons in bussen. Ik dacht dat ze ons, zoals voorheen, zouden brengen naar het grensgebied van Oujda, twintig kilometer verder. We waren met veertig bussen maar we gingen naar het zuiden, 600 km van Oujda, grof geschat.
Toen stopten de bussen. Militaire trucks en jeeps arriveerden die ons scheidden in kleine groepen en we moesten de woestijn in. Zij lieten ons daar achter, zonder water en voedsel. Ver weg waren lichten te zien, ze kwamen uit Algerije, volgens sommigen. We liepen de hele nacht in de richting van de lichten, sommigen van ons kwamen aan en vonden een Algerijnse militaire basis. De soldaten gaven ons water en voedsel. Er arriveerden de hele tijd mensen.... maar anderen arriveerden niet, we zijn ze kwijt geraakt in de woestijn. Ik zweer dat diegenen die niet arriveerden zijn omgekomen in de woestijn. De Algerijnen behandelden ons niet slecht op dat moment. Met jeeps en militaire trucks vervoerden ze ons, ze lieten ons zien hoe we terug konden komen zonder in de buurt te komen van de Marokkaanse militaire basis. Als je de Marokkaanse militairen tegenkomt deporteren ze je nog een keer en moet je weer helemaal opnieuw beginnen. Ze deporteerden ook de gewonden, met gebroken voeten, die niet konden lopen en niet de woestijn uit konden komen. Wij die nog o.k. zijn, denken niet aan onszelf maar aan degenen die zich nog steeds in de woestijn bevinden. We vragen dat er naar ze gezocht wordt met helikopters. Alstublieft, de tijd dringt."
In dit communiqué schat Indymedia Tanger, op dat moment in telefonisch contact met verschillende groepen van gearresteerde migranten, dat er op dat moment zo'n 2.400 mensen gedeporteerd zijn naar de woestijn. Sociale organisaties weten van 36 doden, een onbekend aantal mensen is verdwenen.

Op 10 oktober informeren de compañeros van Indymedia Tanger ons dat zij de route van het ´konvooi des doods´ volgen naar Mauritanië. Het nieuws van de deportaties dat verstuurd is door Artsen Zonder Grenzen, is te lezen op de voorpagina's van alle Spaanse kranten. Op 11 oktober vermeldt de pers: "Rabat buigt onder internationale druk en haalt de migranten op die zij had achtergelaten in de woestijn." (El País). De meldingen in de alternatieve media gaan echter door; op de Spaanse televisie en de voorpagina's van kranten van de dag erop verschijnen dramatische foto's van geboeide Centraal-Afrikanen die proberen te ontsnappen uit een bus in het zuiden van Marokko. Een ander bericht vertelt over de repatriëring van 1.200 migranten met het vliegtuig van Oujda naar Malí en Senegal. Diezelfde dag meldt Marokko dat de hele operatie van grenscontroles en het uitvoeren van deportaties 120 miljoen euro zal kosten.

Evalutie en vooruitzichten

De moed en het doorzettingsvermogen van migranten, samen met de continue steun van een kleine groep activisten en sociale organisaties hebben een belangrijke verandering in de publieke opinie teweeg gebracht. Terwijl tot voor kort de vreselijke situatie van Centraal-Afrikaanse migranten en de voortdurende mensenrechtenschendingen de norm waren zonder de minste of geringste publieke verontwaardiging, is deze in de laatste weken naar buiten gekomen en kan het niet meer onzichtbaar gemaakt worden.

Het vooruitzicht is echter niet veelbelovend. De EU en de Spaanse overheid plannen een verdere militarisering van de grenzen en proberen de controle daarvan uit te besteden aan buurlanden. In het geval van het Westelijke Mediterrane gebied, naar Marokko, Algerije en Libië. Een van de belangrijkste maatregelen is de geplande creatie van vluchtelingenkampen - of misschien gevangeniskampen - in deze landen. Deze truc maakt het mogelijk de problemen te verplaatsen naar landen waar garanties dat de mensenrechten worden gerespecteerd op zijn zachtst gezegd niet erg betrouwbaar zijn. Controle door civil society of sociale bewegingen is moeilijk. Deze operatie zal worden uitgevoerd in ruil voor ontwikkelingsgeld dat de EU beschikbaar stelt, niet voor sociaal-economische ontwikkeling, maar voor militarisering en controle. Op lokaal niveau voorspellen specialisten dat het Europese migratiebeleid zich steeds meer zal gaan focussen op het financieren van die NGO's die zich concentreren op het geven van humanitaire hulp. Aan hen is de rol toebedeeld om de migranten te "domesticeren", om te voorkomen dat migrantenbewegingen zich ontwikkelingen tot een politieke macht.

De contouren van deze nieuwe ontwikkelingen waren het laatste jaar al duidelijk te zien in Tanger en Ceuta, waar activisten met radicale posities voor open grenzen en de autonomie van migratie geïsoleerd zijn en het doelwit zijn geworden van heftige beschuldigingen. Niet alleen door het repressieve apparaat, maar ook door de grote NGO's die gesubsidieerd worden door de Spaanse overheid en de EU.

Het spel is echter nog maar net begonnen. Processen zoals die van de laatste maanden versterken en verbreden de netwerken van solidariteitsgroepen en die van migranten. De publieke opinie is geconfronteerd met beelden van de realiteit die niet ontkend kunnen worden en die misschien dingen zullen beginnen te veranderen. Volgens de polls van regeringsinstanties ziet na de gebeurtenissen in Ceuta en Melila 37% van de Spaanse bevolking de aankomst van miganten als iets positiefs.

Wat er ook gebeurt, zo demonstreren deze gebeurtenissen, migratie zal elke poging tot controle die uitgaat van Empire, blijven overschrijden en tenietdoen.

Links

* Aanklacht van maart/april 2005: hier
* Zie ook hier
* Communiqué feb 2004: hier
* Communiqué sep 2004: hier
* Communiqué feb 2005: hier

Noten

[1] De video kan gedownload worden op
Indymedia. (terug)
[2] Indymedia Estrecho (terug)
[3] Een uitgebreider rapport kan gezien worden op de video van de interventie van Helena Maleno op de tegentop die opgenomen is door Indymedia Estrecho(terug)