necessary-proportionate

De komst van moderne surveillancetechnologieën vormt een enorme uitdaging voor zowel mensenrechten als privacywetten. De groei van digitale communicatie, de dalende kosten van de opslag en de mogelijkheden om communicatie te doorzoeken hebben er voor gezorgd dat overheden via het internet op grote schaal en tegen lage kosten kunnen surveilleren. Tot welke uitwassen dit kan leiden, hebben onder meer de onthullingen van Edward Snowden duidelijk gemaakt. Maar niet alleen in de VS heeft overheidssurveillance een onaanvaardbare grens overschreden. De geest moet dringend terug in de fles.

Met dit doel in gedachten heeft een internationale coalitie dertien principes gelanceerd die de bescherming van mensenrechten in het digitale tijdperk moeten veilig stellen.

De 13 principes op een rijtje:

  1. Rechtsgeldigheid: elke beperking van het recht op privacy moet wettelijk zijn voorgeschreven.
  2. Legitiem doel: wetten mogen communicatiesurveillance van overheidswege enkel toestaan voor een legitiem doel met een hoofdzakelijk wettelijk belang dat noodzakelijk is in een democratische samenleving.
  3. Noodzakelijkheid: wetten die communicatiesurveillance van overheidswege toestaan, moeten dergelijke surveillance beperken tot dat wat strikt en aantoonbaar noodzakelijk is om een legitiem doel te bereiken.
  4. Geschiktheid: elke instantie van communicatiesurveillance die wettelijk is toegestaan, moet geschikt zijn om de voldoen aan het specifieke legitieme doel dat is aangeduid.
  5. Proportionaliteit: Beslissingen over communicatiesurveillance moeten worden genomen door het voordeel dat hiermee kan worden behaald af te wegen tegen de schade die kan worden veroorzaakt aan de rechten van de individu en aan andere meedingende belangen, en moet onder meer bestaan uit een afweging van de gevoeligheid van de informatie en de ernst van de schending van het recht op privacy.
  6. Bevoegde rechterlijke instantie: beslissingen met betrekking tot communicatiesurveillance moeten worden genomen door een bevoegde rechterlijke instantie die onpartijdig en onafhankelijk is.
  7. Juridisch correcte rechtsgang: voor een juridisch correcte rechtsgang is vereist dat Staten de mensenrechten van individuen respecteren en waarborgen door ervoor te zorgen dat wettige procedures naar behoren zijn opgesomd in de wet, consequent in praktijk worden gebracht en beschikbaar zijn voor het algemene publiek.
  8. Kennisgeving aan de gebruikers: wanneer individuen op de hoogte worden gesteld van een beslissing om communicatiesurveillance toe te staan, moet dit op tijd en met voldoende informatie gebeuren zodat ze bezwaar tegen de beslissing kunnen aantekenen.
  9. Transparantie: Staten moeten transparant zijn over het gebruik en de omvang van technieken en rechten met betrekking tot communicatiesurveillance.
  10. Extern toezicht: Staten moeten onafhankelijke toezichtmechanismen instellen om transparantie en verantwoording voor communicatiesurveillance te waarborgen.
  11. Integriteit van communicatie en systemen: om de integriteit, beveiliging en privacy van communicatiesystemen te waarborgen mogen Staten serviceproviders of hardware- of softwareleveranciers niet verplichten surveillance- of controlemogelijkheden in te bouwen in hun systemen of bepaalde informatie te verzamelen of te bewaren uitsluitend voor doeleinden met betrekking tot surveillance van overheidswege.  
  12. Waarborgen voor internationale samenwerking: als reactie op veranderingen in informatiestromen en in communicatietechnologieën en -services moeten Rechtsstaten mogelijk de hulp inroepen van buitenlandse serviceproviders. 
  13. Waarborgen tegen onrechtmatige toegang: Rechtsstaten moeten wetgeving uitvaardigen die illegale communicatiesurveillance door openbare of particuliere instanties strafbaar stelt.

De volledige tekst van “Necessary and Proportionate” is terug te vinden op necessaryandproportionate.org. Je vindt er ook de lijst met ondertekenaars. De eerste versie van de tekst dateert van 10 juli 2013. In mei 2014 werd de definitieve versie gelanceerd.