Uw privacy is te koop

datamining techniques (c) www.knowledgeminer.netOnder de kop Uw privacy is te koop besteedde De Standaard gisteren uitgebreid aandacht aan de manier waarop bedrijven munt slaan uit de digitale voetafdruk die we dagelijks nalaten. De producten die we kopen met de kredietkaart, de apps die we downloaden op de smartphone, de filmpjes waar we naar kijken op Youtube, onze mails, tweets, blogs en Facebookprofielen. Het is al lang geen nieuws meer dat steeds meer bedrijven munt slaan uit die gegevens. Uiteraard Facebook en Google, die hun hele businessmodel gebaseerd hebben op het verzamelen en analyseren van onze online aanwezigheid. Maar er is bijvoorbeeld ook MasterCard, dat de gegevens over de financiële transacties van miljoenen klanten doorverkoopt aan adverteerders.

Het artikel besteedt ook aandacht aan Acxiom. Het bedrijf opereert grotendeels onder de radar, maar weet volgens The New York Times meer over de Amerikanen dan Google, Facebook of zelfs het federale onderzoeksbureau FBI.

Acxiom is een ‘data-broker,’ een bedrijf dat vorig jaar 77,26 miljoen dollar winst maakte met het verkopen van persoonlijke gegevens uit wat de grootste consumentendatabank ter wereld wordt genoemd.
Acxiom bezit gegevens van ongeveer 500 miljoen consumenten met 1.500 datapunten per persoon waaronder geslacht, etniciteit, seksuele voorkeur, eventuele ziektebeelden, noem maar op. 23.000 computerservers zijn dag en nacht in de weer met het verder aanvullen en analyseren van die data. Dat resulteert in marktstudies betaald door klanten zoals Toyota. Studies die trouwens zelf wel gecodeerd worden zodat ze niet zouden lekken.

Meer weerwerk, meer weerwoord

Het verhaal dat de Standaard over twee krantenpagina’s vertelt, is niet echt nieuws, hoewel het altijd interessant is om dit soort louche zaken nog eens op een rijtje te zien. De vraag die echter onbeantwoord blijft, is wat daartegen te doen valt. Patrick Van Eecke, advocaat en hoogleraar internetrecht aan de Universiteit Antwerpen, rekent onder meer op de Europese privacycommissies, die steeds vaker hun tanden laten zien aan de Amerikaanse spelers. Ook de nieuwe privacyrichtlijn waaraan het Europese Parlement momenteel werkt, zou een stap vooruit moeten betekenen.

Of dat voldoende zal zijn, valt echter te betwijfelen. Naast een strengere wetgeving en een striktere toepassing ervan, is er vooral nood aan meer weerwerk van de gebruikers zelf. Vergelijk het met consumenten die massaal wegtrekken bij Electrabel wanneer blijkt dat ze bewust opgelicht worden. Of met de manier waarop het ACTA verdrag werd tegengehouden door protest op grote schaal. In dit soort gevallen wordt het verschil gemaakt door een combinatie van protest door de betrokken of geviseerde gebruikers en een organisatie die dat protest kan ondersteunen en uitdragen. Zeker dat laatste is doorslaggevend. Om onze privacy te verdedigen en te heroveren, is er vooral nood aan een organisatie die zowel lokaal als Europees sterk staat. De bouwstenen daarvoor zijn er al. Nu is het nog kwestie van met die stenen het gebouw op te trekken dat eindelijk stevig weerwoord en weerwerk kan bieden.

Geen reacties