Over de zeer beperkte impact van camerabewaking in stations

Bewakingscamera's in het station van Aarschot

Bewakingscamera's in het station van Aarschot

Het goede nieuws kwam deze week van de universiteit van Louvain. Daar heeft een criminoloog voor het eerst een grondig onderzoek uitgevoerd naar de impact van camerabewaking in de stations van de NMBS en wat blijkt? Dat bewakingscamera’s in stations “een zeer beperkte invloed op de criminaliteit” hebben.

Nattevingerwerk

Die resultaten klinken helemaal anders dan de goed-nieuws-show waarop we al jaren door de NMBS getrakteerd werden. Daar klonk het telkens weer dat bewakingscamera’s een cruciaal element zijn van het veiligheidsplan. Zestien jaar geleden hing de NMBS de allereerste bewakingscamera in Brussel-Zuid. Sedertdien kwamen er steeds meer camera’s bij, zodat er vandaag in 91 van de 550 Belgische stations alles samen 3.650 camera’s hangen. Ze sturen allemaal rechtstreeks hun beelden door naar het Security Operation Center in Brussel, waar een achtkoppige ploeg die beelden de klok rond in het oog houdt. De NMBS was overigens het eerste Belgische bedrijf dat zo massaal heeft ingezet op nieuwe beveiligingstechnologieën.

Volgens de NMBS werpt die gigantische investering ook zijn vruchten af en daalt het aantal misdrijven in de stations. Maar waarop die goed-nieuws-show dan wel mag gebaseerd zijn, blijft altijd in het vage. Standaard antwoorden verwijzen naar “we merken dat …” of “het blijkt dat …” of zijn hoogstens gebaseerd op zeer partieel onderzoek. Zo wordt één voorbeeld veralgemeend tot een breder succesverhaal of wordt er enkel op de korte termijn gekeken. Het is een manier om de kranten te halen; maar of het ook de veiligheid bevorder, valt ten zeerste te betwijfelen.

Wetenschappelijk onderzoek

Nu werd er dus voor het eerst een degelijk en onafhankelijk onderzoek uitgevoerd naar de impact van die 3.650 bewakingscamera’s. Vincent Francis, professor criminologie aan de UCL, onderzocht gedurende twee jaar de veiligheidsstrategie bij de Belgische spoorwegen. Zijn conclusie is dat bewakingscamera’s in stations “een zeer beperkte invloed op de criminaliteit” hebben.

De onderzoeker stelt vast dat sommigen zich elders slecht gaan gedragen, waar ze niet gefilmd worden. Anderen vergeten de camera’s en nog anderen plegen met opzet feiten voor de camera’s, opgezweept door het verhoogde risico. De camera’s lokken ook verzetsdaden uit zoals het vernielen van de toestellen of ze afdekken om niet gefilmd te worden.

De studie toont ook aan dat via de camera’s maar zelden criminele feiten ‘in real time’ worden opgemerkt. Het aantal beelden dat op hetzelfde moment te bekijken is, maakt het onmogelijk voor het personeel om alles tegelijk in het oog te houden.

Vincent Francis besluit: “De strategie van de NMBS richt zich op het verplaatsen van de criminaliteit, omdat het niet lukt ze te verhinderen.” Daarmee sluiten zijn conclusies aan bij de besluiten van ander wetenschappelijk onderzoek dat werd uitgevoerd in de ons omringende landen. Daar was men al veel eerder tot de vaststelling gekomen dat camerabewaking nauwelijks invloed heeft op de criminaliteit, zeker niet als je de resultaten op langere termijn bekijkt. Het voornaamste gevolg van het plaatsen van bewakingscamera’s, is dat de misdrijven zich verplaatsen naar plekken waar geen camera’s hangen.