Maak je geen zorgen om je privacy

“Inzet van ons verzet tegen de controlestaat zou de bescherming
en versterking van het publieke moeten zijn in plaats van een
angstvallig vasthouden aan ons privéleven.”

Deze bijdrage van onderzoeker politieke filosofie Mathijs van de Sande (KU Leuven) verscheen oorspronkelijk op de opiniepagina van De Morgen. Van de Sande stelt dat de NSA, Google en Facebook vooral een aanslag op de publieke ruimte plegen. Hij pleit er daarom voor om het ‘privacydebat’ te reframen in termen van een onteigeningsproces, een privatisering van de publieke ruimte.

101010-street

Maak je geen zorgen om je privacy

De gelekte informatie over Amerika’s nieuwe monitoringsysteem PRISM zette het privacydebat in lichterlaaie. Hoeveel weten ‘ze’ eigenlijk van ons? Wordt ons privéleven nog wel beschermd tegen surveillerende overheden en bedrijven? En wie controleert de controleurs?

Maar het zit fundamenteel mis met dit debat. De toenemende controle op onze dagelijkse communicatie wordt beschouwd als een inbreuk in de privésfeer. De angst voor toezicht en controle wordt zo vooral geformuleerd in termen van privacyschending. Staat in de eerste plaats onze privésfeer op het spel?

Laten we beginnen bij het begin: wat is surveillance eigenlijk, hoe werkt het, en vooral: waartoe leidt het? Volgens de Franse filosoof Michel Foucault wordt de moderne disciplineringsmaatschappij gekenmerkt door de vorm van het panopticum: een centralistische overzichtssituatie, vaak toegepast in de vormgeving van bijvoorbeeld gevangenissen of ziekenhuizen, waarin een grote groep vanuit één enkele positie geobserveerd kan worden. Dit mechanisme valt of staat bij de mogelijkheid om zo’n anonieme en chaotische massa op te delen in kleine, overzichtelijke deeltjes – bijvoorbeeld door iedereen in aparte eenheden (cellen) onder te brengen. Iedere persoon, diens handelingen, uitingen of meningen worden zo volledig meetbaar en reduceerbaar. Foucault stelt dat de moderne idee van individualiteit te herleiden is tot de ontwikkeling van dergelijke toezichts- en disciplineringstechnieken. Het panopticum is een perfecte belichaming van het moderne surveillancemechanisme dat niet zozeer inbreuk pleegt op het individu, maar het juist voortbrengt. Het ‘individu’ is een observeerbare, telbare en kwantificeerbare – en dus corrigeerbare of (her)opvoedbare – eenheid. .

Dit is precies wat je vandaag in toenemende mate ziet gebeuren. Toezicht in de openbare ruimte – zowel op straat als op internet – dient niet zozeer het doel om iedereen te allen tijde nauwlettend in de gaten te houden. Het gros van die informatie wordt namelijk nooit actief bekeken of geanalyseerd. Maar wat dit toezicht wél doet, is de publieke ruimte opdelen in meetbare en isoleerbare individuele eenheden. Alles wat we doen of zeggen kan tot ons persoonlijk herleid worden. Opgaan in de publieke sfeer, en zo het private overstijgen, is niet langer mogelijk.

De publieke sfeer is iets anders dan de optelsom van losse individuen. Het dient (in weerwil van het dominante politieke discours) niet slechts tot facilitering van economische uitwisseling of de behartiging van privébelangen. Wanneer wij ons bewegen en uitdrukken in de publieke ruimte, doen we dat niet louter als private partijen. Dat wil niet zeggen dat het privéleven niet politiek kan zijn, of dat persoonlijke beweegredenen er in het publieke niet toe mogen doen – natuurlijk wél. Punt is dat we het publieke domein gebruiken om die belangen en noden te politiseren, zeg maar groter te laten zijn dan onszelf en te delen met anderen. De publieke sfeer is een ruimte waarin meningen, belangen en handelingen – maar ook kennis, inzichten en voorzieningen – niet gereduceerd kunnen worden tot het private individu. Het is de ruimte van ons allemaal – waarin ‘ons allemaal’ iets anders betekent dan ‘alle individuen bij elkaar opgeteld’.

Dit brengt ons bij de vlucht die surveillancetechnieken de laatste jaren hebben genomen. Voortaan is het altijd mogelijk dat ‘men’ mee kan luisteren of lezen, dat onze statusupdates of tweets worden opgeslagen of onze zoektermen worden geanalyseerd. Maar leidt die wetenschap ertoe dat we minder zullen communiceren, dat we ons ‘privéleven’ voortaan angstvallig moeten verbergen? Integendeel: vooral ons publieke leven zal onder de dreiging van omnipresent toezicht worden beperkt. De uitwisseling van kennis, politieke of religieuze overtuigingen, kritische opinies of ‘gevaarlijke’ ideeën zal door de toenemende surveillance in gevaar worden gebracht. Dáárover zouden we ons zorgen moeten maken, niet over de futiele details van ons liefdesleven, onze medische gegevens of boodschappenlijstjes.

Om kort te gaan: surveillancemechanismen zoals PRISM of klantenanalyses van Google en Facebook moeten eerst en vooral begrepen worden als een aanval op de publieke sfeer, in plaats van op de private. Tijd dus om het ‘privacydebat’ te reframen in termen van een onteigeningsproces, een privatisering van de publieke ruimte. Inzet van ons verzet tegen de controlestaat zou de bescherming en versterking van het publieke moeten zijn in plaats van een angstvallig vasthouden aan ons privéleven.

2 reacties
  1. Liberalist 4 jaar ago
    • Wim 4 jaar ago