Surveillancekunst en de ethiek van het kijken

“Het was belangrijk dat dit niet de zoveelste expositie over surveillance zou worden,” benadrukt Christiane Paul van de Pratt Manhattan Gallery in New York. De curator van de tentoonstelling Little Sister (is watching you, too) is geïnteresseerd in de onderliggende moraal van spionagekunst. “Wat is de ethiek die aan kijken verbonden is?”

De geselecteerde kunstenaars onderzoeken stuk voor stuk de raakpunten van inlichtingendiensten en spionagepraktijken aan de ene kant, en burgerrechten en privacy aan de andere. “De tentoonstelling is vrij nauw opgezet in de zin dat het projecten laat zien die de werking van overheidsinstellingen onder de loep nemen. Ze kijken naar de controlesystemen en de mensen die zulke systemen overzien, en specifieker de kwesties rondom dataverzameling en hoe inlichtingendiensten aan hun informatie komen.”

Die projecten bestaan onder andere uit de luchtfotografie van Trevor Paglen, een installatie en audiodocumentaire van Lawrence Abu Hamdan, een openbare browserextensie ontworpen door James Bridle en elf andere werken van kunstenaars als Paolo Cirio, R. Luke DuBois, Nancy Peterson, een team van de Universiteit van Toronto en het gelegenheidsduo YoHa en Matthew Fuller.

“We zitten gevangen in een heel gepolariseerde discussie over veiligheid en privacy, en we vervallen altijd in dezelfde manier van praten erover, maar als je inzoomt op de daadwerkelijke specificaties van wat er aan de hand is, dan zie je dat er heel veel grijze gebieden zijn,” vertelt Paul. De veertien werken in de tentoonstelling zijn in haar ogen dan ook een “choreografie,” waarin ieder nieuw werk een volgende grijstint binnen dat spectrum blootlegt.

“Neem bijvoorbeeld het werk van Paolo Cirio, of Trevor Paglen, een kunstenaar die tegenwoordig voor bijna alle surveillancetentoonstellingen wordt gevraagd: het is bedrieglijk simpel en heel direct in de manier waarop het naar de controlestaat kijkt. Paglens werk bestaat uit nachtfoto’s van de basissen van inlichtingendiensten, genomen direct na Edward Snowdens grote onthullingen. “Hij kreeg toestemming om ’s nachts met een helikopter over te vliegen en deze luchtfoto’s te nemen,” vertelt Paul over de fotoserie van Paglen, die de foto’s vervolgens op Wikileaks zette waar ze gratis te downloaden zijn. “Hoewel het een hele simpele daad is – een foto nemen van een gebouw – is het tegelijkertijd een hele interessante en subtiele manier om naar deze gigantische complexen te kijken die met ons belastinggeld gebouwd zijn: de zichtbaarheid van de fysieke structuur en de onzichtbaarheid van de operaties die zich in dat gebouw afspelen, die frictie, het wordt op de een of andere manier heel prominent.”

Cirio hanteert een vergelijkbare, bijna pijnlijk openbare aanpak. Hij verzamelt facebookfoto’s van hooggeplaatste vertegenwoordigers van inlichtingendiensten, zoals Keith Alexander of David Petraeus, en verandert ze in popartachtige portretten met HD-stenciltechnieken. “Ze bestaan zowel in de vorm van schilderijen als posters in de publieke ruimte,” vertelt Paul. “Ik denk dat ze de subtiele kwestie aankaarten van wie eigenlijk naar wie mag kijken, en wie daarover beslist.”

Endless War van YoHa en Matthew Fuller is geïnspireerd door de war logs van de oorlog in Afghanistan op Wikileaks, terwijl de browserextensie van James Bridle gebruikers in staat stelt om hun nieuwe ‘algoritmische burgerschap’ te onderzoeken – een overzicht van de schendingen van hun online privacy naar aanleiding van de documentatie van hun browserdata door de NSA.

En dan is er nog Abu Hamdans project, een “speculatieve fictie” genaamd ‘A Convention of Tiny Movements’, een op feiten gestoelde voorspelling over de toekomst van surveillance. “Onderzoekers aan MIT hebben onlangs geopperd dat het via geavanceerde beeldanalyse mogelijk zou kunnen zijn om gesprekken te reconstrueren op basis van de reflecties op objecten in die ruimte. Dus een zak chips zou een soort visuele microfoon of liplezer kunnen zijn,” zegt Paul. “In Abu Hamdans werk zie je een afbeelding van een supermarktschap vol objecten die hiervoor gebruikt kunnen worden.”

Geconfronteerd met deze bizarre maar onderbouwde visie, vraagt Paul: “Wat betekent het voor de toekomst als overheidsinstellingen ons kunnen afluisteren via chipszakken in de supermarkten? Het klinkt bespottelijk en het is voor alsnog ook slechts fictie (hoewel op onderzoek gebaseerd), maar waar trekken we de lijn?”

Overgenomen van Vice / Creators