Wie niets te verbergen heeft …

Onder de titel “Van angstklimaat naar controlecultuur” ging De Standaard dit weekend uitgebreid in op de heersende #veiligheidscultuur waar (ondertussen ex-)minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon zowat de verpersoonlijking van is. Hij zorgde er mee voor dat onze openbare ruimte op een paar jaar tijd ingepalmd werd door slimme camera’s, gepantserde hekken, geluidsdetectoren, wifisnuffelaars en andere ondingen. Ook de security-sector weegt steeds meer op het beleid. Alles onder de mantra dat “wie niets te verbergen heeft, niets te vrezen heeft.” “We capituleren wel heel snel als burger,” luidt één van de conclusies van het artikel. Een paar kritische stemmen willen we u toch niet onthouden.

Marc Schuilenburg, filosoof en jurist aan de Vrije Universiteit Amsterdam:

“Transparantie is bijna een moreel oordeel geworden. Zo zetten we de deur open naar een controlecultuur. Uiteindelijk berust de vrijheid van de burger op het hebben van geheimen. Het blijft ook merkwaardig: we leven in een van de veiligste landen ter wereld, waarom willen we dan zo graag in het oog gehouden worden? We worden een samenleving waarin iedereen potentieel verdacht is, tot de computer het tegendeel bewijst. Ik stel een zekere hysterie vast. Blijkbaar vinden we dat laatste stukje onveiligheid dat overblijft, ondraaglijk.”

Paul Ponsaers, professor emeritus van de Universiteit Gent en in het verleden voorzitter van het Centrum voor Politiestudies:

“We hebben sinds de aanslagen veel opgegeven. We gaan mee in het veiligheidsdenken en zijn bereid een prijs te betalen. Terwijl iedereen nochtans het recht heeft op privacy. Meer nog: mijn privacy is ook mijn veiligheid. Als geweten is waar ik op elk moment van de dag ben, dan is dat een bedreiging voor mijn veiligheid. Al die gegevens kunnen in verkeerde handen terechtkomen. We capituleren wel heel snel als burger.”

We zijn gezien. Van angstklimaat naar controlecultuur