Mobiele herkenning nummerplaat juridisch ter discussie

Deze bijdrage verscheen oorspronkelijk bij De Wereld Morgen en is van de pen van Denise Mol.

anpr04De politie gebruikt steeds vaker camera’s voor nummerplaatherkenning die de kentekens van voertuigen registreren. Een nieuw wetsvoorstel wil dergelijk gebruik van mobiele nummerplaatherkenning laten opnemen in de Camerawet.

De mobiele camera’s worden meestal ingezet om criminaliteit te bestrijden en de verkeersveiligheid te verbeteren. Nochtans keurt de Camerawet van 21 maart 2007 (inclusief wijzigingen 2009) tot op heden het gebruik van mobiele camera’s voor nummerplaatherkenning enkel goed bij grote publieke evenementen, zoals manifestaties of sportwedstrijden. Een nieuw wetsvoorstel, ingediend door Open VLD, wil dergelijk breder gebruik van nummerplaatherkenning laten opnemen in de Camerawet.

Controle versus privacy

anpr02De ANPR-camera’s (Automatic Number Plate Recognition) worden door politiediensten voornamelijk ingezet voor het opsporen van gestolen of niet-verzekerde voertuigen, gestolen nummerplaten en geseinde personen betrokken bij een misdrijf, zo stelde de Commissie voor de Bescherming van de Persoonlijke Levenssfeer (Privacycommissie) in haar aanbeveling tot juridische wijziging vorig jaar.

Wanneer de persoonsgegevens herkend door de mobiele ANPR-camera’s aan Algemene Nationale Gegevensbank (ANG) gekoppeld worden, is deze privé-informatie raadpleegbaar voor de Belgische of buitenlandse politie- en andere opsporingsdiensten, alsook overheidsinstellingen. In dit geval kan de privacywetgeving zich in het debat rond de controle van persoonsgegevens mengen, zoals die vaak in de telecommunicatiesector ter sprake komt.

Caroline De Geest, beleidsmedewerker Liga voor de Mensenrechten, wikt en weegt de privacy problematiek. “Het gebruik van ANPR-camera’s moet er volgens voorstanders toe leiden dat iedereen zich meer conform de wet zal gedragen. Dat is een wenselijk resultaat, maar doen we allemaal al niet eens iets ‘non-conform’? En moeten we daar dan meteen op afgerekend worden, omdat alomvattende camerasystemen ons altijd wel ergens hebben gezien of omdat data wordt gelinkt waardoor we altijd en overal opspoorbaar zijn? Dat lijkt niet meteen een synoniem voor de vrije samenleving waarin we verondersteld zijn te leven.”

De Privacycommissie is van een gelijkaardige mening, in zoverre dat volgens de huidige privacywetgeving alleen het vermoeden van een strafbaar feit aanleiding geeft om de burger te controleren. Preventieve controle vormt zodoende, volgens de Commissie, geen gerechtvaardigde reden. Het principe van de onschuld van de burger wordt daarmee overboord gegooid.

“Het verkeerde uitgangspunt”

anpr01Caroline De Geest over de stijgende trend van ANPR-controle: “Waar het voor de Liga op aankomt, is dat vandaag de dag steeds meer mechanismen worden geïntroduceerd om preventief mensen in de gaten te houden, voor het geval dat men verdacht zou handelen. Overheden trachten zelfs over onschuldige burgers steeds meer controle te krijgen en lijken vaak ook te slagen in de rechtvaardiging ervan. Hiermee vertrek je van het verkeerde uitgangspunt: een basis van wantrouwen, waar men nu van lijkt uit te gaan. Het uitgangspunt dient echter te zijn dat mensen onschuldig zijn tot het tegendeel bewezen is. Het alternatief op deze visie is om opnieuw meer vertrouwen te stellen in de burger. Met de invoering van meer controlemechanismen stelt de Liga zich dus luidop de vraag: ‘Is dit een evolutie onze vrije samenleving waardig?’”

Kortom, de burger lijkt overgeleverd aan de discretieplicht inzake persoonsgegevens van personen met toegang tot de beelden, zoals Artikel 9 van de Camerawet het verwoordt.

Stijgende controlerende trend overbodig

anpr03De Liga voor de Mensenrechten concludeert dat de privacywet overmatige bemoeienis van overheidswege hoort af te remmen. De politie zou al over voldoende conventionele opsporingsmethoden beschikken, dankzij de wetten op de bijzondere inlichtings- en opsporingsmethoden. Dit maakt de preventieve bewaking van iedere burger overbodig. De overheid moet zich verantwoorden over de reden om de privacy van de burgers in te perken. Hierbij volstaat een algehele controle met het oog op mogelijks crimineel gedrag niet als grondwettelijk argument.

Met de voorgestelde wetswijziging kan de overheid alsmaar verder doordringen in de privésfeer van de burger. Zo staat onze samenleving weer een stap dichter bij het Amerikaanse Big Brother model.

1 reactie
  1. Hugo Merckx 2 jaar ago