[BBA 2013] Wie weg is is gezien. Nummerplaatherkenning als opstap naar een permanente gedragsobservatie.

In de aanloop naar de Big Brother Awards 2013 publiceren we dagelijks een bijdrage over één van de kandidaten. Deze bijdrage over ANPR is van de pen van Hans Lammerant. De uitreiking vindt plaats op 30 mei in de Vooruit in Gent. Reserveer nu nog snel je (gratis!) plaatsen.

Vlaanderen maakt zich op voor een brede invoering van systemen voor automatische nummerplaatherkenning. De VVSG telde eind 2011 al 59 gemeenten die over dergelijke systemen beschikken. Om een uniforme invoering en dus ook de koppelbaarheid van die systemen te garanderen heeft het Vlaamse gewest een standaardbestek opgemaakt voor gemeentes die zo’n systeem willen aankopen en die opdracht aan Belgacom gegund.

De meest vernoemde doelstelling van die systemen is als nieuwe vorm van verkeershandhaving: controle op de naleving van snelheidsbeperkingen, het inhaalverbod, enz. Deze doelstelling, net als de sommige van de verkeerskundige analyses, zouden uitgevoerd kunnen worden zonder directe koppeling met databanken of opslag van gegevens over alle verkeer. In dit geval is het effect gelijkaardig als van gewone verkeerscamera’s.
Met deze systemen is anderzijds een veel verdergaande vorm van controle mogelijk, wanneer die gegevens opgeslagen worden en gekoppeld aan allerlei andere databanken. Dit is reeds in het huidige systeem mogelijk voor verschillende politionele doelstellingen. Zo zijn modules voorzien om na te gaan of mensen met een rijverbod, onverzekerde of gestolen voertuigen zich op de weg bevinden.
Het systeem laat toe zoekopdrachten op het bestand met waargenomen nummerplaten uit te voeren. Het laat toe na te gaan welke voertuigen zich op een bepaald traject bevonden in een bepaalde tijdsperiode. Deze zoekopdrachten kunnen ook meer ingewikkelde patronen omvatten en zo kan gezocht worden op bepaalde gedragsprofielen.

Ze zijn een voorbeeld van een nieuwe tendens in controle: de invoering van ‘slimme systemen’ die niet enkel observeren maar die observatie onmiddellijk koppelen aan een databank. Met de grootschalige observatie en opslag van gegevens wordt activiteit op een fijnmazige manier in kaart gebracht en zichtbaar gemaakt. In principe kan zelfs een geautomatiseerde besluitvorming en reactie voorzien worden, al is dit in het hier voorgestelde systeem nog niet aanwezig.

Feit is dat burgers hier aan een veel verdergaande controle worden onderworpen als voorheen, zonder dat er sprake is van een verdenking of een gevaarlijke situatie. De controle heeft geen directe relatie met het voorkomen van misdrijven of zelfs niet met het vergaren van bewijsmateriaal.
In het algemeen vormen identificatiemaatregelen een inbreuk op de privacy die bij wet geregeld en proportioneel moet zijn. Die proportionaliteit is moeilijk in overeenstemming te brengen met algemene controles en de wetgeving legt dan ook beperkingen op.
De wet op het politieambt vereist ook voor lichte vormen van inbreuk op de privacy zoals een identiteitscontrole van een individu dat de politie “op grond van zijn gedragingen, materiële aanwijzingen of omstandigheden van tijd of plaats redelijke gronden hebben om te denken dat hij wordt opgespoord, dat hij heeft gepoogd of zich voorbereidt om een misdrijf te plegen of dat hij de openbare orde zou kunnen verstoren of heeft verstoord.”. De omstandigheden van tijd en plaats kunnen in bepaalde gevallen eventueel een grootschalige controle verantwoorden, maar geen veralgemeende controle. Gelijkaardige regels gelden voor het doorzoeken van een voertuig. De verkeerswetgeving voorziet dat automatisch werkende toestellen en de inlichtingen die ze verschaffen slechts mogen worden gebruikt voor gerechtelijke doeleinden in het verband met overtredingen van de wegverkeerswetgeving. En dus niet voor allerlei andere gerechtelijke of politionele doeleinden. De mogelijkheden die reeds het huidige systeem biedt om allerlei patronen op te zoeken lijken moeilijk verenigbaar met deze beperkingen.

Resultaat van een uitgebreide toepassing van ANPR met opslag van de identiteitsgegevens, locaties en routes is een verregaande observatie van alle burgers, zonder dat er van een verdenking sprake is.
Eventueel kan dit met dezelfde redenering gerechtvaardigd worden als gebruikt werd voor de dataretentiewetgeving. De autoriteiten voor gegevensbescherming uit de EU-lidstaten, verenigd in de Werkgroep Artikel 29 voor de bescherming van persoonsgegevens (naar het artikel uit de richtlijn die deze werkgroep oprichtte), uitte eerst fundamentele bezwaren tegen deze wetgeving. Later ging ze overstag mits een aantal voorwaarden. Dit kwam er op neer dat de bewaring van telecommunicatiegegevens (wie belt of mailt met wie of wie bekijkt welke website) in zijn totaliteit kan, mits deze gegevens enkel gebruikt worden wanneer er sprake is van een concrete verdenking en het gebruik zich beperkt tot de gegevens betreffende die verdachte personen. Maw de eigenlijke algemene observatie werd toegelaten als de beperkingen bij het gebruik werden gerespecteerd.
Al bij al is dit een behoorlijk kromme redenering. De vraag kan gesteld worden wanneer deze grootschalige registratie neer komt op iets wat als een bijzondere opsporingsmethode ingeschreven is in het strafprocesrecht, met name de observatie gedefinieerd als “het stelselmatig waarnemen door een politieambtenaar van één of meerdere personen, hun aanwezigheid of gedrag, of van bepaalde zaken, plaatsen of gebeurtenissen”. Zulke stelselmatige waarneming is onder meer een observatie waarbij technische hulpmiddelen worden aangewend. De bijzondere opsporingsmethoden werden bij hun invoering reeds zwaar bekritiseerd omwille van de gebrekkige controle erop. Nu lijkt het erop dat alvast voor de observatie zowat iedereen aan een gelijkaardige inbreuk op zijn privacy onderworpen wordt. Net zoals bij de dataretentiewetgeving wordt hier opnieuw een verregaande veralgemeende observatie uitgebouwd.

Voorlopig wordt van de gegevens die niet gelinkt kunnen worden aan een overtreding enkel een opslag voorzien tot 30 dagen, zoals gestipuleerd in de camerawet. Maar eenmaal dit systeem voorhanden is, zal ook de vraag weerklinken tot uitbreiding van de opslag en van wat met die gegevens mag gedaan worden. Function creep, het verschuiven en uitbreiden van het gebruik tegenover de oorspronkelijke doelstelling, is vrij voorspelbaar. Want de verleiding zal groot zijn om deze gegevens met andere databanken te verbinden en andere te observeren categorieën in te voeren. Zo zitten in de Europese SIS-databank reeds allerlei politieke opposanten die bij internationale toppen aan de grens worden tegengehouden of andere personen waarover de inlichtingendiensten graag melding krijgen. Wie in België ooit van een misdrijf beticht is geweest, blijft hiermee in praktijk ook een eeuwigheid met die beschuldiging vermeld in de Algemene Nationale Gegevensbank van de federale politie ongeacht.
Het huidige bestek voorziet enkel een rechtstreekse koppeling met de DIV voor de identificatie van de nummerplaat, maar het politioneel gebruik laat toe de gegevens te exporteren voor offline analyse. Waarmee die gegevens verbonden worden is in het huidige systeem reeds moeilijk te controleren. Een langdurigere opslag en een rechtstreekse koppeling met andere databanken is maar een kleine stap verder.
Een goede vergelijkingsbasis tot wat dit kan leiden is het Canadese ANPR-systeem. Een hit betekent dat de gegevens voor minstens 2 jaar worden opgeslagen. Die hits bleken ook gegenereerd te worden voor iedereen die van één of andere overtreding was beschuldigd, inclusief op lokale politiereglementen. Een Belgische equivalent zou zijn dat iedereen die een GAS-boete kreeg voor wildplassen, een broodje eten op de verkeerde plek, etc vanaf dan onderworpen is aan een permanente registratie van zijn autoverkeer. Het Canadese systeem voorziet zo’n registratie zelfs voor iedereen die het hoederecht over een kind toegewezen heeft gekregen door een rechterlijke beslissing.

De privacy-wetgeving is op zich slechts een zwakke bescherming tegen function creep. Deze wetgeving voorziet dat verwerking van persoonsgegevens enkel kan als dit beantwoordt aan het doel waarvoor de gegevens verzameld zijn. Voor bijkomende verwerking ervan moet opnieuw de legitimiteit gecheckt worden, en bv om toestemming van de betrokken persoon gevraagd worden.
Dit beschermt tegen misbruiken bij de verwerking van de gegevens, maar is geen rem op politieke keuzes om deze gegevens voor steeds nieuwe doeleinden te gebruiken. Overheden gaan de neiging hebben om steeds nieuwe doeleinden te verzinnen voor het gebruik van deze gegevens en de wettelijke beperkingen te verwijderen. De investering is gemaakt en de apparatuur is er nu eenmaal. Een systeem bedoeld voor trajectcontrole op de naleving van de maximum snelheid heeft geen nood aan de verdere opslag van de gegevens na de controle in realtime, tenzij van eventuele overtreders. De neiging zal bestaan om toch alle gegevens blijvend op te slaan voor allerlei andere doeleinden, zoals een vaag omschreven misdaadbestrijding, verkeersplanning, etc. Of het gebruik van deze gegevens binnen de perken blijft zal vooral afhangen van een actieve houding van burgers, die laten merken geen controlestaat te willen.

We kennen allemaal het doembeeld van de Stasi, die een hele maatschappij aan een verstikkende controle onderwierp. Feit is dat de huidige controletechnieken, zoals data-retentie, controle op bewegingen met nummerplaatherkenning of MOBIB in het openbare vervoer, enz veel verder gaan dan wat de Stasi ooit kon doen. Deze systemen creëren nieuwe vormen van zichtbaarheid en maken het mogelijk je hele gedrag en met wie je contact hebt zichtbaar te maken. Vroeger dienden identificatiedocumenten en ticketten vooral als tokens die bewezen dat je bepaalde rechten had (verblijfsrecht, recht om te rijden of van het vervoer gebruik te maken, enz) bij een punctuele controle. Het samenvoegen van de gegevens van al die controles was echter een quasi onmogelijke taak. Nu niet meer. Die tokens functioneren steeds meer als signalen naar sensoren waarmee een totaalbeeld van gedrag van mensen en groepen kan gecreëerd worden.
Deze nieuwe vormen van zichtbaarheid maken ook nieuwe constructies mogelijk van wat normaal en verdacht is, en van de opmaak van profielen op basis waarvan geselecteerd wordt wie aan bepaalde interventies wordt onderworpen.
Om dit mogelijk te maken is het nodig om iedereen aan een verregaande observatie te onderwerpen. Een vorm van observatie die vroeger enkel was weggelegd voor wie van zware misdrijven verdacht werd. Nu is iedereen een beetje verdacht.

Bezwaren tegen dit soort systemen worden vaak weggewuifd met het argument dat het recht op veiligheid van de burger belangrijker is dan het recht op privacy van de crimineel. Dit is een drog-argument. Het gaat om het recht niet continu onder verdenking te staan en op die basis aan allerlei maatregelen onderworpen te worden.

Geen reacties