PNR als anti-terreurmaatregel: ongevraagd, ongehoord, onwettig

Persbericht van de Liga voor Mensenrechten over het voorstel van minister Jambon voor een Belgische versie van het fel gecontesteerde Europese PNR-voorstel.

PNR als anti-terreurmaatregel: ongevraagd, ongehoord, onwettig

liga-logoMinister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken Jan Jambon dringt aan op het systematisch verzamelen en doorlichten van passagiersgegevens in het kader van terreurbestrijding. Deze vorm van datamining, waarbij de passagiersgegevens van alle burgers opgeslagen, geanalyseerd en gedeeld worden, is een zware schending van de privacy en het vermoeden van onschuld.

Het zogenaamde PNR-dossier (Passenger Name Record), ligt in Europa al langer op tafel en er bestaan al bedenkelijke akkoorden met de Verenigde Staten. Zo mag het Department for Homeland Security alle gegevens van passagiers die naar, over of van de VS vliegen bekijken, gebruiken en zelfs 15 jaar lang bewaren. Ook met Australië bestaat een dergelijk akkoord. Op dit moment buigt het Europese Hof voor Justitie zich over de conformiteit met de Europese grondrechten van een mogelijk akkoord met Canada.

Aangezien het Europese Hof voor Justitie vorig jaar de dataretentierichtlijn, waarbij het surf- mail- en telefoonverkeer van alle Europese burgers wordt bijgehouden en door politie en justitie kan opgevraagd worden, ongeldig verklaarde, leek de kans klein dat een gelijkaardig voorstel over passagiersgegevens wel de test zou doorstaan. Omwille van de schijnbaar allesomvattende terreurdreiging echter, zou de bestaande tegenkanting op Europees niveau  – onder andere door de Commissie voor burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken binnen het Europees Parlement – wel eens geneutraliseerd kunnen worden.

Nu wil de minister zelfs niet wachten op een beslissing van Europa, maar desnoods via bilaterale akkoorden aan gegevensuitwisseling doen. Hij haalt hiervoor de mosterd uit het Verenigd Koninkrijk, waar ze sinds de aanslagen in 2005 alle passagiersgegevens centraliseren en analyseren. Deze PNR bevat niet enkel de naam, het geslacht, de geboortedatum en paspoortnummer van de passagier, maar ook gegevens over de plaats van vertrek, de bestemming, de reistijd, mogelijke omwegen, kredietkaartgegevens, etc. Daarmee zoekt men naar statistische verbanden, profielen en abnormale waarden. Vol trots laat men vanuit het VK weten dat in 1 op de 5 gevallen nuttige informatie wordt gegenereerd. Dat betekent wel dat het in 80% van de alarmsignalen gaat om burgers die volkomen onschuldig zijn. Ook in het akkoord met de VS is geen enkel bewijs van de doeltreffendheid van zulke massale surveillance te bespeuren.

Er zijn al een heleboel manieren om gegevens van potentiële terreurverdachten te verzamelen, waarom moet deze massa-surveillance dan nog uitgebreid worden naar onschuldige burgers? De daders van de aanslagen in Frankrijk waren al langer gekend bij de veiligheidsdiensten in de Verenigde Staten. De bestaande gegevens worden dus wel verzameld, maar niet efficiënt gebruikt en gedeeld. De vraag is dus of het nuttig is om systematisch alle passagiers te screenen, nu zowel politie- als inlichtingendiensten sinds enkele jaren over zeer vergaande en heimelijke bijzondere opsporings- en inlichtingenmethodes beschikken.

Een globale toepassing van de omstreden PNR-wetgeving tast op een buitenproportionele manier de privacy van onschuldige burgers aan en illustreert dat wat begint als anti-terreurmaatregel eindigt als een maatregel tegen normale en onschuldige burgers.

Als politie- en veiligheidsdiensten meer armslag krijgen, zou op zijn minst hetzelfde moeten gelden voor de instanties die toezicht houden op deze diensten. De Belgische en Europese databescherming hinkt op dit ogenblik ver achterop. Als mensenrechtenorganisatie is het onze plicht erop te wijzen dat de bescherming van onze grondrechten de beste veiligheidsmaatregel is. België en Europa mogen niet naar Amerikaans model afglijden naar een samenleving waarin de overheid zijn eigen burgers op grote schaal wantrouwt en bespiedt en waarin de privacy weinig waard is. Het is een van de opmerkelijkste veranderingen in onze democratische rechtstaat sinds de Tweede Wereldoorlog.

Zitten de burgers te wachten op het inleveren van hun fundamentele vrijheden waarvoor ze na de afschuwelijke aanslagen in Parijs nog zo massaal hebben gedemonstreerd?