Wanneer het gaat over onze privacy is er een opmerkelijke tendens merkbaar: we zijn bereid onze privacy op te geven. En dit terwijl de controle op ieder van ons danig verscherpt wordt. Vandaag de dag is het technisch mogelijk een surveillancemaatschappij te installeren die iedereen 24 op 7 controleert.

Tekst: Bram Wets (Liga voor Mensenrechten)

De technologische mogelijkheid van een surveillancemaatschappij

De technologische mogelijkheid om een controlestaat te creëren is voorhanden. Voor het eerst in de geschiedenis bestaan er zoveel efficiënte manieren op verschillende vlakken om iedereen 24 op 7 in de gaten te houden. Er wordt nu reeds gretig gebruik van gemaakt. In de nabije toekomst zal dat nog uitgebreid worden. Het is echter niet omdat het technisch mogelijk is dat het ook noodzakelijk is, laat staan wenselijk in een democratische samenleving. Voor vele beleidsmakers en politie- en inlichtingendiensten, maar ook voor vele burgers en bedrijven, worden de mogelijkheden en grenzen echter bepaald door de technologie en niet door de noodzakelijkheid en wenselijkheid.

Zelfs zetten we vrijwillig massaal veel persoonlijke informatie online, vullen allerlei klantengegevens in bij het winkelen, aanvaarden apps en gadgets die toegang hebben tot onze persoonlijke gegevens en onze smartphone geeft continu onze locatie door. Ons medisch dossier wordt aangevuld, informatie over je job, pensioen en verzekering worden bijgehouden en je woonplaats en auto worden geregistreerd. Soms noodzakelijk, dikwijls handig.

Steeds meer gegevens worden in meer en meer databanken efficiënter gekoppeld en geanalyseerd, e-mail en internetverkeer worden gescand, bewakingscamera’s worden ‘slimmer’ en herkennen niet alleen nummerplaten (ANPR) en gezichten maar analyseren ook jouw gedrag. GPS-tracking kan jouw locatie te weten komen. Misschien moeten je kinderen nu al op school hun vingerafdrukken laten scannen. Er wordt geëxperimenteerd met drones, minihelikopters met camera’s om je vanuit de lucht gade te slaan. Dit terwijl opsporingsmethoden ingenieuzer worden en wetgeving wordt versoepeld en omzeild. In de nabije toekomst zal jouw paspoort ook jouw vingerafdrukken bevatten en een chip die niet alleen je gegevens maar ook je locatie doorgeeft en zal jouw iris gescand worden. Hoogst waarschijnlijk komt er een Europese databank met de DNA-gegevens van ieder van ons.

De lijst gaat maar door. Van gekende technieken tot de meest obscure. Van middelen die vandaag worden ingezet, instrumenten die gebruiksklaar zijn maar nog niet worden ingezet, tot technologieën die in ontwikkeling zijn voor de dag van morgen. Om dan nog te zwijgen over de fouten en misbruiken, zoals het niet correct scannen van vingerafdrukken, het lekken van data, phishing, identiteitsdiefstal met biometrische gegevens.

Dit zijn afzonderlijk al zeer krachtig surveillancetools waarvan de reikwijdte niet onderschat kan worden. Samen zorgen ze voor een fijnmazig controlenet. Koppel bijvoorbeeld ‘slimme’ camera’s met nummerplaat- en gezichtsherkenning aan verschillende databanken, laat daar profiling software en datamining op los en de basis van de controlesamenleving, waar iedereen systematisch gescreend wordt, is een feit

Het principe dat al deze systemen gemeenschappelijk heeft, is het volgende: surveilleer zo veel mogelijk mensen, zo lang mogelijk en op zoveel mogelijk gebieden, zo kunnen de ‘ongewenste elementen’ eruit worden gefilterd. In theorie lijkt dit een plausibele redenering. Maar is het echt noodzakelijk en bovenal wenselijk om iedereen in de gaten te houden? Voor welke zaken? Voor hoelang? Door wie? En wat met fouten in de systemen? Wat met misbruik?

Tendens: we zijn bereid onze privacy op te geven

De mentaliteit ten opzichte van privacy en controle staat deze technische uitvoering niet in de weg, integendeel. Het opvoeren van controle en de daarbij horende vermindering van onze privacy wordt zelfs toegejuicht. Het doel om deze controlesystemen te implementeren is aanvankelijk nobel, nl. het opsporen van criminelen in een poging  de misdaad in onze samenleving te verminderen. Dit doel wordt door velen heiligmakend gezien om de controle ook daadwerkelijk op te voeren. De voorstanders willen hun eigen privacy (en die van de ander) hierbij graag wat ingeperkt zien. “Ik heb niets te verbergen, dus ik heb niets te vrezen,” is de dooddoener waarmee dit schouderophalend goedgekeurd wordt. Hoe meer controle, hoe beter het ons zal vergaan, zo lijkt het. Dat daarmee iedereen meer en meer gecontroleerd wordt, lijkt aanvaardbare én noodzakelijke collaterale schade. Dat is de prijs die we schijnbaar willen betalen voor de belofte misdaad, onverzekerde voertuigen, openstaande boetes, overlast, enz. uit de wereld te helpen: het verlies van onze privacy en het opvoeren van de controle op ieder van ons.

Meer controle en minder privacy op verschillende niveaus

De tendens t.o.v. privacy en controle lijkt zich op alle niveaus te manifesteren.

Op individueel vlak hoor je dikwijls het reeds vermelde “wie niets te verbergen heeft, heeft niets te vrezen”. Dit is een vrijgeleide om ieder individu te screenen in de hoop enkel de ‘schuldigen’ eruit te vissen. Dat daarbij ook alle ‘onschuldigen’ gecontroleerd worden hoort er gewoonweg bij. Hierbij geven we onze privacy dus op in de overtuiging dat dit ten goede komt aan de bestrijding van alles wat verkeerd loopt.

Op niveau van de verschillende overheden (lokaal, nationaal, Europees en internationaal) stellen we een drang tot controle van iedereen vast. Dat is handig en noodzakelijk, wordt gezegd, zo kan het gespuis eruit gefilterd worden. Iedereen screenen op eigenschappen die mogelijks kunnen leiden tot een beboeting of strafrechtelijke veroordeling, maakt van iedereen een potentiële verdachte. Hiermee wordt de basis van onze rechtstaat omgekeerd. “Iedereen is onschuldig tot het tegendeel bewezen is” wordt dan: “iedereen is schuldig tot het tegendeel bewezen is”. Een wel heel drastische omkering van een uitgangspunt dat de burger juist beschermd tegen een al te ijverige overheid met te veel macht. Bepaalde inspanningen die de overheden doen in hun strijd tegen misdaad en criminaliteit, groot en klein, het reageren op zogenaamde overlast en allerhande randfenomenen wijzen in één richting: ze sleuren iedereen mee in hun drang te veel te willen controleren en ‘op te lossen’ met bestraffing en retributie. Dat heeft een naam: een repressieve controlestaat.

Op het niveau van bedrijven zijn onze persoonlijke gegevens gegeerde koopwaar. Uw leeftijd, woonplaats, politieke en seksuele voorkeur, wat u online en offline doet en koopt, wat uw interesses zijn,… ons gedrag wordt in verschillende commerciële databanken bijgehouden. De profielen die zo ontstaan worden ingezet voor marktanalyse en persoonlijke advertentie. Er zijn zelfs bedrijven die zich enkel daarmee bezig houden. Ze kopen databanken op, voegen hun gegevens samen, stellen meer verfijnde profielen op en verkopen deze voor commerciële doeleinden. Big Data is Big Business. Uw persoonlijk gegevens zijn geld waard. Maar dat geld is niet voor u. U geeft die persoonlijke gegevens weg, soms vrijwillig (bv. klantenkaarten), dikwijls ongemerkt (het digitaal spoor van uw online gedrag wordt minuscuul bijgehouden).
Deze databanken zijn er niet enkel voor commercieel gebruik. In de VS wordt van deze databanken al gretig gebruik gemaakt door o.a. privédetectives, politie en inlichtingendiensten. Deze gegevensbanken worden meer geraadpleegd dan de databanken die de overheid zelf aanlegt en bevatten immens veel meer gegevens.

Willen we zo’n samenleving?

Er is een tijd geweest waar mensen opkwamen voor burgerrechten om de burger te beschermen tegen een overheid die te machtig was en ook willekeurig kon optreden tegen initiatieven die zij als ongewenst bestempelde. Scheiding van wetgevende, rechterlijke en uitvoerende macht is zo’n mechanisme om meer garantie te bieden op de inperking van de macht en willekeur van de overheid. Het recht op een eerlijk proces en andere basisrechten dragen hier ook toe bij. Een sterke privacywetgeving ook. En natuurlijk de basis van de rechtstaat: “iedereen is onschuldig tot het tegendeel bewezen wordt”. Verschillende van deze zaken staan op de helling. Opsporingsmethoden (BIM en BOM-wet) worden uitgebreid waardoor politie en inlichtingendiensten meer autonome bevoegdheden krijgen om bijvoorbeeld telefoontaps te plaatsen zonder tussenkomst van een onderzoeksrechter. Steden en gemeenten krijgen de mogelijkheid om zelf sancties (GAS-boetes) uit te schrijven waardoor de scheiding van wetgevende en rechterlijke macht in het gedrang komt en willekeur om de hoek schuilt. Het Openbaar Ministerie kan een deal sluiten met (grote) belastingsfraudeurs buiten de strafrechter om (minnelijke schikking of ‘afkoopwet’). En door de verschillende surveillancetechnieken worden burgers gescreend alsof ze potentiële verdachten zijn.

Europa heeft een relatief sterke privacywetgeving. Deze wetgeving wordt nu door het Europees parlement herschreven, rekening houdend met de hoogtechnologische ontwikkelingen van de laatste decennia. Een goede zaak dus, zij het niet dat Amerikaanse bedrijven sterk aan het lobbyen zijn om deze update af te zwakken ten gunste van de commerciële drang om onze persoonlijke gegevens te vergaren.

Aanvankelijk werden surveillance en gegevensvergaring ingezet in de strijd tegen terrorisme, georganiseerde misdaad en grote criminaliteit, maar al gauw werd dit uitgebreid naar kleine criminaliteit, vandalisme en ‘overlast’. En ook om onverzekerde voertuigen op te sporen. En voor commerciële doeleinden. En… het is slechts een mum van tijd alvorens weer een nieuwe, vindingrijke toepassing wordt uitgevonden.

Deze fenomenen staan niet los van elkaar. Mix deze tendensen samen met de mentaliteit dat privacy overroepen is en dat we onze privacy maar moeten afstaan ten voordelen van de strijd tegen terrorisme, criminaliteit en pakweg alle ‘ongewenste’ elementen in de samenleving, en je krijgt een krachtige cocktail om de surveillancemaatschappij voor de eerste keer in de geschiedenis ook echt waar te maken. De technologische mogelijkheid om een controlemaatschappij te installeren is er. Waarop wachten we?

Willen we wel een samenleving waarin we 24 op 7 gesurveilleerd worden?

Big Brother

Daar valt het dan, de zwaarwichtige term ‘Big Brother’. Maar daar lijkt het ook meer en meer op: “Big Brother is watching you”. Is het dan allemaal zo erg? We gaan in die richting. Voor het helemaal zover is moeten we een kritisch signaal blijven geven dat we zo’n controlemaatschappij niet willen, dat het niet wenselijk is en niet noodzakelijk.

Dit artikel verscheen als opener in de reeks ‘Privacy is dead, get over it!’ bij De Wereld Morgen. Het is geschreven door Bram Wets van de Liga voor Mensenrechten. De reeks vormde de aanloop naar de uitreiking van de Big Brother Awards 2013 op 30 mei in de Gentse Vooruit.